De gesel van klein
Alles moet kleiner, kijk maar rond in huis. De televisie, de radio, de telefoon, de computer, klein is beter.
Ook lastiger.
Dus doe ik het kleine in iets groots, om het niet kwijt te raken.
De usb-stick van drie centimeter zit in een doos van een decimeter.
De mobiel ligt standaard in een schoenendoos.
Terugkijkend stel ik vast dat ik door de kleine voorwerpen in grote te bewaren meer ruimte kwijt ben dan tien jaar geleden. (dec. 2011)
Bob Evers, deel 52: PRIJSSCHIETEN OP EEN PREMIEJAGER
Hoofdstuk 1
HOE KRIJGEN WE JAN PRINS TERUG?
In het midden van de immense eetzaal aan boord van het cruiseschip SeaRose was een ronde tafel extra feestelijk gedekt. Het tafelzilver glansde net iets meer dan het zilver op de omringende tafels, de glazen flonkerden zo dat je je ogen samenkneep als je er naar keek en de flessen drank stonden zuiver in het gelid. Op anderhalve meter van de tafel stonden een maître ‘d, een ober, een assistent ober en een wijnober kaarsrecht naast elkaar met de handen op de rug en de ogen gericht op een stevige man met een verweerd gezicht die probeerde te kijken of hij hield van plechtige gebeurtenissen. Af en toe glimlachte hij, meestal nadat hij een snelle blik had geworpen op twee jongens die tegenover hem zaten, de dikste geperst in een smoking die iets te klein was waardoor hij moeite had met inademen, de andere met een gezicht waarop was af te lezen dat hij een diep verlangen had naar ongeveer elke plaats op aarde waar het begrip cruiseschip onbekend was. De man met het verweerde gezicht droeg de naam Holdert en hij was kapitein van de SeaRose. De jongens luisterden naar de namen Arie Roos en Bob Evers en ze zaten erbij of ze een studie maakten van het vlekkeloze damasten tafelkleed.
Af en toe klonken er zuchten. De diepste waren van Arie en elke zucht van hem leidde tot een zacht gegrom van kapitein Holdert en verstoorde blikken van de vier andere personen aan de tafel die zich afvroegen hoe een dikke jongens er in slaagde elke minuut drie mini-windhozen over de tafel te blazen. De man tegenover Arie, een Mexicaanse miljonair die samen met zijn dochter op stap was, klemde elke keer als hij een hoos zag aankomen zijn glas vast om te voorkomen dat de wijn over de rand schuimde. Het Amerikaanse stel dat rechts van Holdert zat sprak vooral met elkaar en met de kapitein en negeerde de jongens volkomen. De twee behoorden tot de groep mensen die jaarlijks vijf of meer cruises maken en ze hadden na één blik vastgesteld dat Arie en Bob geen deel uitmaakten van de passagiers met wie rijke cruise-ervaringen konden worden uitgewisseld.
‘Formal day,’ zei Bob toen hij een stukje brood had besmeerd met uienboter. ‘Formele dag. De dag waarop alle passagiers op hun best gekleed behoren te gaan. Ik kan er de klinkklare lol niet van inzien.’
Arie keek uit zijn ooghoeken naar een tafeltje in de hoek van de eetzaal. ‘Daar zit een groep mensen die zich niets van de kledingregels heeft aangetrokken en zo te horen hebben ze daar een stuk meer plezier dan wij hier.’
‘Als ik ooit weer een cruise maak dan blijf ik op de formele dagen in mijn hut, dat kan ik je nu al garanderen.’
Arie gromde zacht. ‘Besef jij wel, jongeheer Evers, dat ik, nog geen week geleden, op eenzelfde manier opgeprikt zat? Dat was in een zaal in Amsterdam, kort voor dit dolle avontuur met mensensmokkelaars en premiejagers begon.’
‘Kun je zeggen dat je ervaringsdeskundige bent, dikke. Voor mij is het de eerste keer en het valt me niet mee. Zogauw ik weet wie de smoking heeft bedacht ga ik een praatje met hem maken. Samen met een eind hardhout. Maar we hadden het kunnen weten.’
‘Wat, Bobbie.’
‘Dat jouw vader ons niet op een plezierreisje zou sturen. Ga even naar San Diego in de staat Californië en kijk wat rond op de SeaRose, zei hij. Haha. We hadden kunnen bedenken dat er een dubbele bodem onder het verzoek zou liggen.’
‘Een driedubbele,’ zei Arie die een nieuwe zucht loosde en de Mexicaan naar zijn glas zag grijpen. ‘Een driedubbele met eronder een grasveld vol adders. En wat is het resultaat? Dat we hier zitten, samengeperst in kleren die ons niet bevallen, aan een tafel met mensen die we nooit weer hopen te zien en onder toezicht van een kapitein die zit te hopen dat we morgen van boord gaan en niet terugkeren.’
‘Met dat laatste zal ik hem volgaarne helpen,’ zei Bob. ‘Ik wil van boord, hoe sneller hoe liever en ik kan heel goed leven zonder Holdert. Maar voor het zover is zullen we ons door dit hele diner heen moeten roeien. Hoeveel gangen heeft het eigenlijk?’
‘Minstens vijf,’ zei Arie, terwijl hij een broodje pakte, wachtte tot niemand naar hem keek en het in één keer in zijn mond schoof. ‘Captains dinner. Het diner van de kapitein. Wat een plezie…’ Hij hield snel een hand voor zijn mond om de stukjes brood op te vangen die zijn mond uit schoten. ‘Sorry. Men sproeit geen brood als men aanzit aan het kapiteins diner.’
‘Het wordt beschouwd als niet in de haak,’ zei Bob.
‘Onbeschaafd?’
‘Afgaande op het gezicht van de dochter van die Mexicaan wel, ja Weet je zeker dat je haar niet hebt geraakt?’
Arie keek snel naar de vrouw die haar gezicht zat te deppen met haar servet en werd langzaam rood. ‘Zie jij wat ik zie, Bob?’
Bob zag het ook en hij voelde zich warm worden. Een klein stukje brood overleefde het deppen en bleef zitten, net naast de neus, ongeveer op de plek waar fotomodellen een zwarte stip zetten omdat ze denken dat ze er mooier door uitzien. Sommige modellen doen dat inderdaad, maar deze vrouw niet. Het stukje kleefde niet ver van een van haar neusvleugels en omdat die tamelijk breed waren leek het of de neusvleugel er contact mee maakte. Als ze haar bovenlip optrok vormde de vleugel een soort afdak boven het stukje alsof het het brood wilde beschermen.
Bob keek er naar met grote fascinatie en na een poosje volgde kapitein Holdert zijn blik.
Arie zag hem bleek worden en een beweging maken of hij het stukje wilde wegvegen. Halverwege de beweging verstijfde hij, blijkbaar beseffend dat het geen gewoonte hoort te zijn van kapiteins om de gezichten van hun gasten op te poetsen.
Arie hoorde hem binnensmonds grommen en zag hem met een wilde blik naar hem en Bob kijken, alsof hij hen beide verantwoordelijk stelde voor een situatie die voor een ordentelijke cruisekapitein meer dan ongelukkig was.
Arie wist wat Holdert dacht en hij wist voldoende van de gang van zaken op plezierschepen om met hem mee te voelen. Kapiteins van drijvende kastelen met honderden passagiers behoren zich minstens één avond in de week met de gasten bezig te houden. Er zijn kapiteins die het vaker doen, maar de meeste blijven het liefst op de brug en laten de contacten met de passagiers over aan de hotelmanager of de eerste stuurman. Kapitein Holdert behoorde tot de laatste soort en elke captains day was hem een kwelling. Op een cruise van een week of meer zijn er minstens twee formal days waarop de smokings en de avondjurken uit de kast kunnen. De meest officiële formele dag wordt captains day genoemd, kapiteins dag, en op die dag geeft de kapitein van een cruiseschip, gestoken in galakleding, een receptie waarop hij zich op de foto laat zetten met iedere gast die daar behoefte toe voelt. Meestal duurt de receptie een paar uur en er is geen minuut bij waarop een kapitein niet doet of juist deze receptie de mooiste van zijn leven is. Als de champagne op is gaat hij naar de eetzaal om daar aan te schuiven aan de mooiste tafel waarover het schip beschikt, samen met de belangrijkste gasten, miljonairs zoals de Mexicaan en zijn dochter, of geharde cruiseliefhebbers zoals het Amerikaanse stel dat bezig was aan de 23ste tocht over de wereldzeeën. Dat Bob en Arie een plaatsje aan juist deze tafel hadden gekregen had twee redenen. De belangrijkste was dat kapitein Holdert een oog op de jongens wilde houden die hij zag als eersteklas addergebroed. De tweede reden bestond uit het feit dat het verhaal dat een passagier van de verdrinkingsdood was gered door een jongen die het vuile water van de haven van Acapulco was ingedoken als een lopend vuurtje was rondgegaan, vergezeld van verzinsels over drugssmokkelaars en illegale Mexicaanse immigranten. Niemand wist daar het fijne van, maar dat was geen bezwaar: een verhaal laat zich het best aandikken als je geen last hebt van feiten.
Kapitein Holderts enige wens op captains day was dat de dag gladjes zou mogen verlopen en daar hoorden beslist geen stukjes brood bij die aan het gezicht kleefden van een miljonairsdochter die om de haverklap op de foto werd gezet door gasten die een herinnering aan de feestelijke tafel wilden hebben. Als de dochter 12 of 13 jaar was geweest zou kapitein Holdert zich hebben kunnen redden met een grapje en een opmerking tegen pa over knoeiende kinderen, maar in dit geval kon daar geen sprake van zijn.
Bob zat aan iets dergelijks te denken toen hij zich opzij boog en fluisterde: ‘Volgens mij knapt die dame erg op van die vlek naast haar neus. Hoe oud denk je dat ze is?’
‘Achter in de vijftig?’
‘En pappie is 86 of zoiets. Hij kraakt als hij beweegt. Ho, zie je dat?’
Arie zag het en hij voelde bijna de opluchting van kapitein Holdert. Het stukje werd na het maximaal optrekken van de bovenlip geraakt door de neusvleugel en viel via de schouder op de tafel. De vrouw wreef over haar neus alsof ze iets voelde kriebelen en keek naar kapitein Holdert die zijn gezicht in de plooi hield en een verhaal begon over de geneugten van het varen langs Mexicaanse kusten.
‘Ook weer opgelost,’ zei Bob. ‘Zo gaat het met bijna alles, rooie. Gewoon geen aandacht aan schenken dan gaat het vanzelf over.’
‘Vertel dat vanavond maar aan onze kapitein. Ik vrees dat hij er anders over denkt.’
‘Hij is blij dat we niet zijn opgestaan om het stukje van de wang te pikken.’
‘Zoals we dat deden met knikkeren, bedoel je?’
Bob onderdrukte een lach. ‘Met je wijsvinger langs je duim. Ik probeer het wel eens met vliegen.’
‘Nog even en ik probeer het met kruimels die op mijn bord liggen. Ik dacht dat we hier zaten voor een perfecte maaltijd.’
‘Daarvoor moet je eerst honger lijden,’ zei Bob. ‘Volgens mij letten de obers vooral op jou omdat je de volvetste aan boord bent. Het scheelt weinig met sommige van de andere gasten, maar je wint het nog net.’ Hij wees naar het viertal dat met de handen op de rug had staan kijken. ‘Er komt beweging in de club.’
‘Niks te vroeg. Ik zat net te denken aan iets drastisch.’
‘Op voedselgebied?’
Arie loosde zijn zoveelste zucht, grijnsde toen de Mexicaan zijn langzamerhand automatische beweging naar zijn glas maakte en streek over zijn maag. ‘Tot nu toe heb ik alleen mini-kadetten gehad. Plus 83 lekkere luchten die vanuit de keuken of de lift waarin het eten vanuit de keuken wordt aangevoerd door deze zaal drijven. Maar van lekkere luchten alleen kan mijn motor niet draaien.’
‘Daarom denk jij aan iets drastisch. Iets als naar de keuken rennen en alle planken leeggrazen zodat voor de rest van de passagiers niets over is en ze zich op kapitein Holdert storten?’
‘Eerder iets als overboord springen,’ zei Arie. Hij veegde de glimlach van zijn gezicht en keek ernstig. ‘En dan terugzwemmen naar Acapulco. Ik wil weten wat Jan uitspookt. Het is de eerste keer dat we een opdracht hebben volbracht zonder dat we dat met ons drieën kunnen vieren. Het leek vanmiddag heel logisch, wij op het schip en Jan in Acapulco, maar het resultaat is dat we volkomen uit elkaar zijn geslagen en dat we daar niets aan kunnen doen omdat er geen enkele vorm van communicatie mogelijk is. Besef je dat, jonge Evers.’
‘Al te goed, bolle, en bij elke zeemijl die dit schip aflegt wordt de afstand groter. Wij kunnen Jan niet bereiken omdat onze mobieltjes geen bereik hebben en Jan kan ons niet bellen om dezelfde reden.’
Arie veegde een paar kruimels bij elkaar met een vochtige vinger en stopte ze in zijn mond. ‘Dit schip heeft een gps-systeem. We kunnen bellen, maar …’
‘… dan is er grote kans dat onze kapitein ervan hoort en meeluistert of laat luisteren. En dat willen we niet.’
‘Dat willen we zeker niet,’ beaamde Arie. ‘Wis en zeker onder geen voorwaarde willen we dat.’ Hij zette aan voor een zucht, zag de Mexicaan naar zijn glas grijpen en knikte vriendelijk naar kapitein Holdert die keek alsof hij aanvoelde dat over hem werd gesproken. ‘Honger,’ zei hij. ‘Van mijn moeder mag ik geen honger zeggen. Ze zegt dat ik hooguit trek heb, maar mijn maag noemt het honger. Denkt u dat we vanavond ….’
‘Nu,’ zei Holdert strak. ‘Caesar salade voor je vriend en slakken voor jou. Ik heb meteen twee porties escargots laten komen, want ik wil dat je goed gevoed wordt vanavond.’
‘Dank u zeer,’ zei Arie aangedaan.
‘Dan weet ik tenminste zeker dat je blijft drijven nadat ik je overboord heb geschopt omdat je de hele avond zit te smiespelen en brood zit te sproeien. Ik denk wel dat ik je vader uit kan leggen dat je een gevaar voor de belangrijkste gasten aan boord van dit schip bent.’ Hij ging met een ruk staan, streek zijn pak glad en dwong zijn gezicht tot een glimlach. ‘Iedereen is voorzien, zie ik. Dan wens ik u, mede namens reder Roos en de gehele bemanning, smakelijk eten aan boord van het prachtige cruiseschip SeaRose.’
Tweeënhalf uur later liet Bob Evers zich kreunend op het bed in hut 735 vallen.
‘Het duurt even, maar dan krijg je ook wat,’ zei hij terwijl hij zich uit zijn smoking wurmde. ‘Ik heb genoeg gegeten voor drie dagen. Wat doen we met deze kleren?’
‘In de badkamer leggen,’ zei Arie die diep ademhaalde nadat hij het vlinderdasje had verwijderd. ‘Gewoon op de natte handdoeken leggen, deze martelkledij. Of overboord zwiepen.’
‘Krijg je ruzie met de man die ervoor moet zorgen dat er niets in de plomp wordt gesmeten. Zo iemand hebben ze aan boord, echt waar.’
Arie trok een wenkbrauw op. ‘Hoe denkt hij dat voor elkaar te fiegelieren?’
‘Geen flauw idee. Misschien duikt hij de oceaan in als hij een papiertje met het opschrift SeaRose ziet, weet jij veel?’
‘Weet jij veel, weet ik veel,’ neuriede Arie die zijn broek naar de plek mikte waar zijn schoenen lagen. ‘Ik geloof waarachtig dat ik nog een gaatje heb. Door die broek en dat vest dacht ik werkelijk dat ik aan mijn tax zat, maar nu …’ Hij rolde zich om tot hij bij het koelkastje naast het bed was, opende het en trok een harde worst van 25 centimeter te voorschijn waar hij in alle rust het velletje van af peuterde.
Bob hijgde licht terwijl hij toekeek. ‘Honger? Heb jij …’ hij gaf een tik tegen de wand bij elke lettergreep. ‘Heb jij hon-ger, jij vraat-zuch-ti-ge pot-vis? Jij hebt twee porties slakken op, plus de Black Tiger garnalen die de dochter van die Mexicaan bij nader inzien niet bliefde, daarna een stuk geroosterd vlees waar ze de tafel bijna voor moesten verlengen, geserveerd met salade, sinaasappels en een soort frites waarvan ik het bestaan niet vermoedde. Vervolgens twee Seberian omeletten, een bak ijs en cola omdat meneer vond dat er te weinig koffie in de kopjes kon. En nu nog hon-ger?’
‘Trek,’ zei Arie. ‘Honger mag niet van me moe.’
Bob keek vol afgrijzen naar de worst. ‘Ik kan geen voedsel meer zien.’
‘Kun je beter niet naar me kijken,’ zei Arie die een hap nam. ‘Prima worst. Hoogstpersoonlijk gebietst in de keuken. Ze keken een beetje raar toen ik binnenliep, maar ja, stuur de zoon van de baas maar eens weg.’
Bob maakte wurgbewegingen met beide handen. ‘Dus, jij verwaten reuzelrol, hebt een potje lopen opscheppen.’
‘Nee hoor,’ zei Arie terwijl hij de stukjes worst nakeek die door de lucht vlogen. ‘Ik kan nu geen Mexicaanse dochters van een miljonair raken dus mij kan niets gebeuren. Nee hoor, zei ik, ze wisten niet direct wie ik was, maar toen ik vertelde dat ik het vriendje ben van die dappere Amerikaanse jongen die een Mexicaanse boef van een gruwelijke dood heeft gered kreeg ik zes stukken worst en drie hompen kaas aangeboden. En een appel. Die heb ik voor jou meegenomen, voor als je vitaminegebrek krijgt.’
‘Als ik tekort krijg aan vitaminen neem ik een hap uit een van je kuiten,’ zei Bob dreigend. ‘Daar zitten alle voedingsstoffen in die jij over hebt. In je kuiten en in je buik. Jij kunt bovendien wel een pondje missen, beter dan die man in Venetië waar Shakespeare ooit over schreef. Aan een Roos zo volgehangen mist men een, twee pondjes niet. Wat ik alleen niet snap is waarom je nu al eet. Je hebt van alles een dubbele portie gekregen. Als waardering voor wat we de afgelopen dagen hebben gepresteerd. Ik hoorde het de kapitein tegen het Amerikaanse duo zeggen.’
Arie liet het restant worst voor zijn mond zweven. ‘Zei hij dat echt?’
‘Echt en eerlijk. Volgens mij is hij diep in zijn hart trots op wat we hebben bereikt. De kans dat hij zijn baan houdt is er ook heel wat groter door geworden.’
‘Omdat hij nu maatregelen kan nemen tegen het meevaren van verstekelingen, bedoel je.’
‘Precies, dikke. Ga maar na wat we voor elkaar hebben gebokst sinds de avond waarop jouw pa ons op een duistere missie stuurde.’
Arie knikte kort en legde de worst weg. Het werd tijd om een paar zaken serieus samen te vatten en een plan te maken voor fase twee van een avontuur waarin ze hals over kop door pa Roos na samenspraak met de vaders van Jan en Bob waren gestort. ‘Juist door het vage van de missie hebben we resultaten bereikt. We hadden geen idee wat van ons werd verwacht en daardoor stapten we niet met vooroordelen en zinloze plannen aan boord van dit schip.’
Bob gaf een knor. ‘Voor we het schip zelfs maar hadden gezien voelden we aan ons water dat er iets scheef zat met een Mexicaan die Antonio Rivas werd genoemd en een bonk van een Amerikaanse premiejager die de naam Bruce Jonaths bleek te dragen.’
‘Aan ons zeewater,’ beaamde Arie. ‘Schuimend zeewater vol Mexicaanse familieleden met de achternaam Rivas, broers, neven, vrouwen en afgelopen middag op die markt in Acapulco waarschijnlijk ook nog een horde achterneven en verdere vage verwanten. Het was daar een beste kloppartij die makkelijk verkeerd had kunnen aflopen.’
‘Maar het niet deed, dikke, en dat is wat telt. Antonio Rivas kwam als verstekeling aan boord van dit schip en wij ontdekten hoe hij dat klaarspeelde. We vingen bovendien de man die hem vanaf Salt Lake City achterna zat met het doel hem terug te brengen naar de rechtbank in die stad waar hij voor een koppeltje rechters uit moet uitleggen hoe hij minstens zes bedrijven heeft kunnen oplichten.’
‘Voor om en nabij vijf miljoen dollar, volgens Bruce Jonaths. Ik zou wel eens willen weten welke bedrijven zo stom waren hem hun geld toe te vertrouwen.’
‘Antonio is accountant. Accountants gaan nu eenmaal om met geld.’
‘Deze anders wel heel handig. Hij sluisde het naar zijn eigen rekening. Ergens bij een bank op de Bahama’s of op de Cayman Islands, wat ik je brom.’
‘Je bromt maar een eind weg. Belangrijker is dat Jan niet meer te houden was toen hij het bedrag van vijf miljoen hoorde. Antonio Rivas werd voor hem op slag De Man Van Vijf Miljoen. Met hoofdletters. Jan is van plan een aanzienlijk deel van dat bedrag in handen te krijgen.’
‘Premiejager Jonaths heeft een papier getekend waarop staat dat hij Jan 30.000 dollar betaalt als onze Prins hem helpt Antonio te pakken en in de staat Utah af te leveren.’
‘Alsof zo’n papiertje iets zegt en als iemand dat weet is het Jan. Hij vertrouwt Jonaths voor geen Amerikaanse penny en geen halve Mexicaanse pesos. De man is niet verder te vertrouwen dan we hem zien en aangezien dit schip met een snelheid van 21 knopen vaart wordt dat zien 21 zeemijl in het uur moeilijker.’
‘Hoeveel is een zeemijl ook weer?’
Dat wist Bob op een prik. ‘1852 Meter. In een uur is dat ...,’ hij sloot zijn ogen terwijl hij rekende, ‘ bijna 39 kilometer. Aangezien we al een uur of zes varen is de kans dat we Jonaths spoedig in het oog krijgen verwaarloosbaar klein.’
Arie rolde zich op zijn rug en keek naar het plafond. ‘Ik zie daar een vlekje. Hebben ze ook iemand aan boord die vlekjes wegwerkt?’
‘Minstens 72 personen, bolle, en dat weet je. Maak nou geen geintjes. Wij drijven hier en Jan is ergens ver achter ons. Met een premiejager die hij niet kan vertrouwen en woedende leden van de familie Rivas die een paar ton citroenen met ons te schillen hebben. Door ons toedoen zitten twee personen op dit schip in een soort primitieve cel en is er ruzie tussen een aantal familieleden die, al dan niet voorzien van builen, in of bij Acapulco naar elkaar op zoek zijn.’
‘Dat laatste weet je niet, maar vermoed je.’
‘Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid. Antonio Rivas is door zijn broer Eduardo en diens vrouw Cristina van San Diego naar Mexico geholpen. Cristina zit vast op dit schip en Antonio is verdwenen voor hij Eduardo voor diens diensten heeft betaald. Een andere uitleg kan ik niet geven voor de ruzies die in Acapulco zijn ontstaan.’
‘Dus,’ zei Arie die voorzichtig zijn buik masseerde, ‘moeten we er vanuit gaan dat Antonio ergens ronddoolt en dat niet alleen premiejager Bruce Jonaths, maar ook een deel van zijn familie naar hem op zoek is.’
‘Spijker op de kop, dikke. Net als Jan. Hij volgt het spoor van Jonaths en als die kans ziet zich de woede van een stel Rivassen op de hals te halen dan zit Jan voor hij het beseft midden in een Mexicaans-Amerikaanse mini-oorlog. En reken maar dat het misgaat, want Jonaths ziet er wel stoer uit en hij doet ook heel stoer, maar het kost hem moeite om door te krijgen dat een Mexicaan achter de kladden zitten in Mexico echt iets anders is dan een Mexicaan volgen in de USA. Hij kan wat dat betreft heel wat van ons leren. Alleen doet hij dat niet.’
Arie schoot in de lach. ‘Nooit en te nimmer.’
‘Voor geen geld.’
‘Omdat grote, stoere mannen nu eenmaal weigeren iets te leren van jongens die in hun ogen groener zijn dan het kunstgras op de minigolfbaan op het bovendek van dit schip. Dat weten we maar al te goed.’
Bob maakte een grommend geluid. ‘We weten het en laten we het alsjeblieft onthouden. Jonaths begaat vroeg of laat een stommiteit en als Jan dan in zijn buurt is kan er ik weet niet wat gebeuren. Ik zou tegen die tijd graag in de buurt zijn om een handje toe te steken.’
‘Twee handen,’ zei Arie. ‘En voeten. Mijn buik desnoods. Maar daar kunnen we natuurlijk over doorzeuren tot we een ons wegen … wat nou weer.’
‘Heb jij enig idee hoelang het duurt voor jij een ons weegt. Zolang mag het echt niet duren hoor, voor we Jan terug hebben.’
Arie bewoog tot hij de worst te pakken had en nam een hap. ‘Alleen een Roos die eet is zijn gewicht in pesos waard,’ zei hij waardig. ‘Weten we zeker dat we Jan terug willen? Het is wel lekker rustig zo. Ik heb al tien uur lang niemand over geld horen klagen.’
‘Aan boord van dit schip klaagt Jan overigens opvallend weinig over geld hoor. Alles is gratis.’
‘Behalve de cola dan altijd. Jij was er niet bij, maar hij plengde hete tranen toen hij cola had besteld en hij na de eerste slok hoorde dat hij ervoor moest betalen. Hij heeft precies een uur en 47 minuten over het leegdrinken van het glas gedaan. Ik heb het geklokt.’
‘Na drie dagen zonder Jan gaan we zelf over geld zeuren, dat verzeker ik je. Gewoon, omdat we aan dat soort geklaag gewend zijn en het niet meer kunnen missen.’
‘Klaagverslaving, bedoel je.’
‘Zoiets, dikke. Of Prinsverslaving en probeer daar maar eens af te komen. Ik wil hem terug.’
Arie peuterde aan een stukje worst dat tussen zijn kiezen zat. ‘De smaak is goed, maar een stukje dat klem zit krijg je bijna niet te pakken. Morgen zijn we in een oord dat Huatulco of zoiets heet en daar gaan we van boord.’
‘En dan, dikke. Zwemmen we terug naar Acapulco, of liften we mee met een cruiseschip dat die kant op gaat?’
‘Dan bellen we Jan. Als hij opneemt horen we waar hij is. Dat hoeft helemaal Acapulco niet meer te zijn. Als Jonaths Antonio bij de kladden weet te krijgen sleurt hij hem mee richting de Verenigde Staten, maar als Antonio nog steeds vrij man is dan is hij misschien nu op weg naar Mexico City of naar een dorp in het binnenland.’
‘Dus …’
‘Dus gaan we slapen, Bobby. Zorgen maken is zinloos en kost energie. Jan kan zich redden. Krijgen we hem niet te pakken dan vliegen we naar Acapulco en proberen we daar zijn spoor op te pikken. Neemt hij de telefoon op dan doen we wat hij ons zegt te doen. Omdat de ervaring leert dat we uren en uren slaap tekort komen als we eenmaal aan het rondraggen zijn stel ik voor dat we gaan maffen. Dit bed heeft een Pullmanmatras en daar lig ik voortreffelijk op.’
‘Wat doe ik. Blijf ik hier of ga ik naar hut 781?’
‘Jij gaat naar je eigen hut,’ zei Arie. ‘Niet omdat niemand mag weten dat we elkaar kennen, want dat opzetje is grondig mislukt, maar omdat je soms snurkt.’
‘Ronken,’ zei Bob verontwaardigd. ‘Ik schijn soms een bescheiden ronkje te hebben. In het niet vallend bij de geluiden die jij ’s nachts maakt. Ik ronk door mijn neus, jij snurkt door je buik.’
‘Dat heet verteren,’ zei Arie. ‘Scheer je weg, eigenwijze yank, en droom van Rivassen die koffers met dollars torsen of die zichzelf te water laten. Morgen gaan we aan wal en dan horen we, naar ik vurig hoop, hoe het Jan is vergaan.’
‘Vast niet zo relaxed als ons,’ zei Bob.
Arie klopte op zijn buik. ‘Zeer waarschijnlijk niet, maar de lucht van vijf miljoen dollars houdt Jan dagenlang in topvorm. Je kent hem: als hij droomt van geld is hij gelukkig en Jan hoeft beslist niet te slapen om van geld te kunnen dromen.’
‘Zolang hij maar niet in dromenland is omdat Antonio Rivas of een van zijn familieleden een serie bulten op zijn Prinsenschedel heeft geslagen. Dat is waar ik me toch een beetje zorgen over maak, dikke.’
‘Ik ook,’ zei Arie ernstig. ‘We hadden de zaak anders moeten aanpakken, maar nu kunnen we er niets aan veranderen en daarom zeg ik: tabee en slaap ze. Trek wel eerst je smoking aan, de gasten op dit schip zijn niet van het slag dat ze zonder hulp van een psychiater een halfontblote jongen op spillebenen kunnen verwerken.’ Hij draaide zich op zijn zij, gaapte tot het schilderij aan de muur bewoog en sloot zijn ogen.
Bob Evers bleef enkele ogenblikken onbeweeglijk staan, haalde zijn schouders op, mompelde iets en grabbelde zijn kleren bij elkaar.
Vijf minuten later klonk er geronk uit neus en buik in de hutten 735 en 781.
Gaten
‘Alsjeblieft,’ zei de man, ‘deze kom ik terugbrengen.’
De bakker keek naar de toonbank: ‘Wat is dat?’
‘Dat zijn gaten,’ zei de man.
‘Gaten.’
‘Uit je pompoenpittenbrood. Ik heb ze verzameld. Aan gaten heb ik niks. Gaten kun je niet eten en daarom heb ik ze voor je bewaard. Ik wil het geld terug dat ik er voor heb betaald.’
‘Geld voor de gaten in mijn brood.’
‘Je pompoenpittenbrood. Van ander brood weet ik niks. Meer dan twintig procent was gat dus ik krijg twee kwartjes van je.’
‘Hoe weet ik dat het twintig procent is? Het zijn gaten. Ik zie niks.’
‘Ik wel,’ zei de man, ‘want ik heb ze bewaard. Als je stukjes deeg geeft dan vul ik de gaten voor je en dan zie je wat ik bedoel.’
‘Ik ben erg benieuwd,’ zei de bakker. ‘Deeg heb ik genoeg.’
‘Dit is het grootste gat,’ zei de man, ‘kijk maar goed. Daar ligt er een en daar. De gaten rechts zie je bijna niet omdat ze klein zijn, maar ze zijn er wel.’
‘Het begint aardig op te lopen met het deeg,’ zei de bakker. ‘Weet je zeker dat je geen gaten bedenkt?’
‘Ik ben eerlijk als goud. Twintig procent van het brood, dat zei ik toch? Twintig procent is heel wat.’
‘Maak er eens een bol van?’ zei de bakker. ‘Gewoon alles bij elkaar en dan kneden.’
‘Zo?’ vroeg de man.
‘Geef maar,’ zei de bakker. ‘Je kunt er niks van, maar het is jouw vak ook niet. Kijk, dit is een bol. Als ik je nu elke keer als je een pompoenpittenbrood koopt een bol extra geef ben je dan tevreden met de gaten?’
‘Ja,’ zei de man. ‘Een gatenbol is precies wat een pompoenpittenbrood volmaakt maakt.’ (okt. 2011)
Account
Een paar keer per week krijg ik een mailtje over mijn ING-account. ‘Beveiligingswaarschuwing! : Uw ING-rekening is overtreden.’
In het mailtje wordt het logo van de ING gebruikt, net als de kleuren en de opmaak en elke keer als ik een bericht krijgt ziet het er professioneler uit.
Net echt.
Maar wat de sukkels die mijn geld proberen te jatten niet kunnen is behoorlijk Nederlands schrijven.
‘Uw rekening is overtreden.’
Iets verder: ‘Klik op “beschermen” en voert u uw accountgegevens op de volgende pagina te bevestigen dat u momenteel niet weg.’
Zo staat het er en ik krijg er bijna tranen van in mijn ogen.
Zoveel werk doen om een pagina van de ING na te bootsen en dan genoegen nemen met de kromme zinnen van een slechte vertaalmachine.
Ik heb het eerder gezegd en ik herhaal het, want het is hard nodig: er is een behoorlijk opleiding nodig voor het dieventuig. Minstens mbo-niveau.
Je geneert je toch zeker gek als je je laat oplichten door mensen die geen vijf woorden recht achter elkaar kunnen krijgen. (okt. 2011)
Hop on Hop off
De burgemeester van Enschede wil dat er volgend jaar een toeristenbus door de gemeente rijdt. Eentje waarin je zo vaak kunt in- en uitstappen als wilt. Hop on Hop off dus, net als in de andere wereldsteden.
Ik ben nu al benieuwd naar de route.
Je begint in het centrum, want daar is bijna alles wat een toerist wil zien. Gelukkig hebben we in Enschede ook Roombeek nog, na de vuurwerkramp een van de mooiste wijken van het land, waarschijnlijk de mooiste. In de tijd dat je op de bus wacht kun je het lopen, maar vooruit, je hopt on. En daarna? Wat moet je als je Roombeek hebt gezien? Naar het Volkspark waar mooie beelden staan? Dat stukje kun je beter wandelen, hoe krijg je de dag anders om. Of wil de burgemeester de toeristen naar het stadion van FCTwente hebben met er achter dat kwijnende pretpark en de ijsbaan? Daar heb je inderdaad een bus voor nodig, maar als je het hebt gezien neem je waarschijnlijk meteen een andere bus, die naar Oldenzaal of Ootmarsum, want in Enschede heb je dan verder niets meer te zoeken. (augustus 2011)
Nachtpas
In Enschede veroorzaken inwoners last bij vijvers. Ze slapen er, ze laten rotzooi achter, ze dealen, ze kakken in het water. Een paar jaar geleden zou ik hebben gezegd: daar hebben we de politie voor.
Ik weet nu beter. Daar hebben we de politie helemaal niet voor. In Enschede is handhaven niet bepaald een prioriteit. Ik ken iemand die jaren actie heeft gevoerd tegen wildkamperen bij een vijver en die eindeloos door politie en gemeente is uitgelachen, bars toegesproken en voor gek gezet.
De gemeente heeft nu een list bedacht: wie lid is van een visvereniging kan voor 25 euro een nachtpas kopen en mag dan zovaak hij wil kamperen bij een vijver. En kakken in het water, waar moet hij anders naar toe.
Boeren die kampeerders op hun erf willen moeten toiletten bouwen, douches aanleggen en afvalcontainers plaatsen. De gemeente moet dat controleren.
Op gemeentegrond zijn geen regels nodig. Betaal 25 euro en je kunt de hele zomer de beest uithangen. Zolang je maar wel de moeite neemt een hengel naast je tent te leggen. (mei 2011)
Ophaaldienst
Mijn kennis van de wereld van het huisvuil heb ik van mafiafilms. Trefwoorden in die films zijn:leugen en bedrog.
Bij Twente Milieu zit niemand die ook maar in de verste verte met mafia te maken heeft (lees deze zin drie keer; ik wil er geen gedonder over), maar in hun eerste leugentje zijn ze niet gestikt en van een bedrogje raken ze niet overstuur.
Afgelopen vrijdag werd het huisvuil weer eens niet opgehaald. Een buurvrouw zag om een uur of vier een vuilnisauto hard langs de bakken rijden en verdwijnen: de route moet tenslotte worden gemaakt. Een kwartier later belde ik, maar omdat je bij betaalnummers altijd lang moet wachten voor je iemand aan de lijn krijgt was het tegen half vijf voor ik mijn opmerking kwijt kon. Een vriendelijke mevrouw zei me dat ik helaas te laat was: alle auto’s waren al binnen en wat binnen is gaat niet meer naar buiten.
Op maandag zouden mijn buren en ik een herkansing krijgen: mits de bakken om half acht buiten stonden.
Om twee uur maandagmiddag belde mijn vrouw: ‘Komt de auto nog?’
Ze was te vroeg. Tenslotte waren er nog uren te gaan, als klanten er een gewoonte van maakten halverwege de middag te bellen dan werd het een gekkenhuis bij Twente Milieu. De bakken zouden worden geleegd … tenzij er een calamiteit was, maar daar was op dat moment geen sprake van.
Door toeval belde een buurman die de zaak ook niet vertrouwde anderhalf uur later. Toen waren er twee calamiteiten. Hij vergat te vragen wat Twente Milieu als een calamiteit beschouwt. Oproer? Defecte auto’s? Amok makende chauffeurs?
Als de bakken dinsdagochtend om half acht op het trottoir staan maken we weer een kans. Anders wordt het woensdag.
Of donderdag. (april 2011)
Verkeersdeskundige
Tot de treurige beroepen behoort dat van verkeersdeskundige. Als je wilt weten hoe het met het verkeer in een straat gaat kijk je er een poosje naar, op wisselende tijden en op verschillende dagen. Dan weet je het wel. Te druk, te hard, te gevaarlijk, heel veel smaken zijn er niet.
De ongelukkigen die zich verkeersdeskundige noemen weten dat en komen met maatregelen waar een ander niet snel op komt: ‘Zie je wel dat we nodig zijn, zoiets bedenken jullie niet.’
Dus kwam een door de gemeente Enschede ingehuurde deskundige een poosje geleden met het voorstel de zebrapaden op te heffen. Daar liepen mensen over en dat was hartstikke gevaarlijk met al dat verkeer.
Vandaag bracht de krant een nieuw idee. In Enschede zijn een paar invalswegen naar het centrum. Die wegen krijgen nu infoborden, over hoe lang het duurt voor je het centrum bereikt. Een verkeersdeskundige vindt dat nuttig. De arme. Zou hij ooit in een echte stad zijn geweest? Vorige week was ik in Mumbai. Meer inwoners daar dan in heel Nederland. Geen infoborden, want ze weten: je bent in het centrum als je echt helemaal vast staat.
Enschede zit dorpser in elkaar. Als je op een invalsweg bent dan ben je al vrijwel in het centrum. Bij weinig verkeer na een minuut of drie, vier, bij veel verkeer (feestdagen, marathon) als alle Duitsers zich naar de parkeerplaatsen hebben gewrongen. De inwoner die haast heeft gaat op die dagen met de fiets. Nu komen er dus infoborden. Het is net echt. Enschede heeft 150.000 inwoners, misschien 160.000. De stad is de afgelopen tien jaren mooier en aantrekkelijker geworden, maar geen meter groter en nog steeds te veel klein voor grotestadfratsen. (april 2011)
Kunstvitrine
Op deze plaats hou ik u een beetje op de hoogte van de grollen en grappen van het gemeentebestuur van Enschede, een stad zover van het epicentrum van het land dat er ten westen van de IJssel nauwelijks iemand is te vinden die haar serieus meetelt.
Er wordt wat afgeklungeld in Enschede, maar soms heeft het gemeentebestuur een mooi plan. Dan zijn er gelukkig inwoners van harte bereid dat plan om zeep te helpen.
Een paar jaar geleden werd op het pleintje voor een kwijnend winkelcentrum een beeld geplaatst dat Madonna met kind heette of Madonna zonder kind, dat ben ik vergeten. Het kwam niet iedere middenstander goed uit dat het prachtige beeld een mooie plaats kreeg. ‘Wat moet ik met een Madonna voor mijn zaak.’ Binnen de kortste keren was het omver gereden en was het zicht op het winkelcentrum waar behalve Piet Zomers eigenlijk niemand in wil weer onbelemmerd. Nu is er een nieuw plan: nog mooier dan het vorige. Een vitrine met kunstwerken. Meteen protest van Scapino. ‘Nou kunnen ze onze winkel niet meer zien.’
De vitrine wordt van glas en misschien kan iemand de mensen van Scapino uitleggen dat glas iets is waar je doorheen kunt kijken. De ambtenaar die deze zware taak op zich neemt mag uit mijn naam zeggen dat de etalages van Scapino zo beroerd zijn dat alles wat ervoor wordt gezet een zegen voor de stad is. (april 2011)
Facebook
Ik zit ruim een maand op Facebook en heb meer dan 100 vrienden. Dat zijn er meer dan alle vrienden in de zes decennia voor Facebook bij elkaar. De meeste ken ik niet. Maar toch: vrienden. Helemaal vertrouwen doe ik het niet, maar als ik naar de foto’s van mijn vrienden kijk voel ik wel, heel vaag, iets van warmte. (mrt. 2011)
Kartonnetje
Op het kartonnetje binnen in de rol toiletpapier staat reclame. Zover is het al gekomen: je moet een hele rol opwrijven om reclame te kunnen zien. ‘Je kan mij in het toilet werpen,’ staat er in blauwe letters. Er is een plaatje bij van een Aqua Tube die geen tube is. Wat het wel is weet ik niet. Aan het einde van de rol wacht dus reclame plus een raadsel. (mrt. 2011)
Plaswinkel
In Amsterdam komt een Plaswinkel, voor als je nodig moet. In Enschede komt er ook een. In Amsterdam zijn grachten, in Enschede zijn meer plasplaatsen dan toeristen. Plaswinkels horen in Parijs (de Seine is altijd net te ver weg), Londen, Rome, alle steden in Amerika. Pissshops, laten we er een exportartikel van maken. (mrt. 2011)
3D
De krant leverde afgelopen zaterdag een 3D-brilletje. Dat wil zeggen: er was een vel waarin een brilletje zat vol reclame van de Media Markt. Het enige wat ik hoefde te doen was het brilletje met een rood en een blauw glas langs de perforatierand bevrijden van het karton rondom. Dat viel niet mee. Na een minuut of vijf had ik een 3D-bril die bestond uit drie stukken en met losse poten. Toevallig net geen tape in huis, dus dat werd klooien met paperclips. Op de voorpagina stond een slechte foto met drie machines die leken op tractors. Met het brilletje was het een slechte foto met absoluut drie tractors. Binnenin stond een foto van een olifant. Met brilletje was het nog steeds een olifant, maar nu hief hij zijn slurf. Minuten bezig met het bevrijden van een brilletje en prutsen met paperclips om een olifant te zien die zijn slurf naar me uitsteekt, de beschaving gaat toch maar hard vooruit. Ik keek tot ik duizelig werd. Toen ik het brilletje weglegde had ik hoofdpijn. (febr. 2011)
Bakker
Het gesprek bij de bakker kaatste heen en weer maar de rode draad was: supermarkten wel open op zondag en de andere winkels niet, het was niet eerlijk.
Ik zei tegen de bakker: ‘Wees nou maar blij. Als je open mag dan kom je helemaal niet meer aan je rust toe.’
Dat had ik niet moeten zeggen.
Gloedvol legde hij uit hoe graag hij open zou gaan.
‘In de ochtend. Kijk nou eens naar België en Frankrijk, hoe druk het daar op zondag is bij de bakkers. Daar kom ik graag mijn bed voor uit. Geen broden, maar broodjes en gebak. Reken maar dat er een markt voor is. Vier jaar geleden heb ik het al aan de gemeente voorgesteld, maar nee hoor: de supermarkten mogen open, maar ik niet.’
Ik zei dat hij misschien een kans had als hij duidelijk maakte dat zijn winkel midden in een toeristische attractie was gevestigd.
‘Dit hier? Winkelcentrum Park Stokhorst in Enschede? Toeristisch?’
‘Nou en of,’ zei ik. ‘Vind maar eens ergens een winkelcentrum dat zo traag en grondig verpaupert. Als buitenlanders er van horen komen ze met busladingen vol kijken. En dan verkoop jij lekker je warme broodjes. Ik voorzie gouden tijden.’ (jan. 2011)
Zebra 2
De zebra’s moeten weg van het gemeentebestuur van Enschede, maar gelukkig komt er iets voor terug. Op weg naar de bakker zag ik bij een openbare basisschool kleine gifgroene mannetjes van kunststof met rode petjes (drie dagen later waren de petjes verdwenen) en de tekst Slow. Dat betekent Langzaam, maar dat weten kinderen van zes natuurlijk. Ik geloof dat het de bedoeling is dat automobilisten opletten als ze de mannetjes zien en dat ze de schoolkinderen voorrang geven, ze in elk geval niet overrijden.
De zebra’s moesten weg, want een man die verkeersdeskundig deed zei dat ze een gevoel van schijnveiligheid geven. Die gifgroene mannekes doen dat niet? Ik wed met ieder lid van het college om een fles wijn (nee, verdomme, geen goede fles wijn, hoe de fles is kan me niet schelen, als de wijn maar deugt) dat er ter hoogte van zo’n mannetje eerder iemand wordt aangereden dan op een zebrapad.
Mijn voorstel om gewoon al het verkeer te verbieden is tot dusverre genegeerd. Terwijl het toch zoveel mogelijkheden biedt. Je kunt de zebrapaden laten liggen. Alle kinderen kunnen veilig naar school. Bejaarden met looprekken kunnen op hun gemak oversteken. De inwoners gaan weer lopen en fietsen (ik verklaar wandelaars en fietsers als zijnde geen verkeer) waardoor ze gezonder worden en de ziektekosten sterk zullen dalen.
Weer zo’n geniale win-win-win-situatie.
Benieuwd hoe lang het duurt voor het idee bij de Enschedese raadsleden is ingedaald. (jan. 2011)
Voorjaarsboek
Ik wist niet wat ik zag. Pagina 29 van Villamedia Magazine van 14 januari: ‘Voorjaarsboeken, Cargo: Peter de Zwaan. De vuurwerkramp van Harmen Saliger. (apr.)’
Meer dan veertig jaar was ik journalist en vanaf 1974 schrijf ik boeken, kinderboeken en misdaadromans. Negen nominaties, de Gouden Strop, interviews in alle dagbladen (behalve Trouw) waar altijd bij stond: journalist in …
Maar nooit een vermelding in De Journalist/Villamedia dat elk half jaar de titels selecteert van boeken van, voor en over journalisten.
Zeven jaar geleden ging ik weg bij de krant en werd ik fulltime schrijver. De vuurwerkramp van Harmen Saliger is dus niet geschreven door een journalist. Het boek gaat ook niet over journalisten en het is beslist niet speciaal voor journalisten geschreven.
Toch is mijn naam eindelijk ingedaald.
Bravo. (jan. 2011)
Zebra
De gemeente Enschede wil dat de zebra’s verdwijnen. De automobilisten stoppen niet meer als er iemand over een zebrapad loopt, dus moeten de oversteekstroken weg.
Ik heb automobilisten gezien die niet stoppen voor een stopbord. Stopborden weg.
Die niet stoppen voor een verkeerslicht. Verkeerslichten weg.
Die geen 30 rijden als er een 30-bord staat. Borden weg.
Er kan veel weg als je goed om je heen kijkt.
Politie bijvoorbeeld. Agenten horen ervoor te zorgen dat de regels gevolgd worden.
Blijkbaar doen ze dat niet. Weg dan maar met ze.
Wat beslist weg moet is de gedachte dat je onfatsoen de vrije hand moet geven door belemmeringen op te ruimen.
Iedere bestuurder die dat niet inziet moet weg. Meteen. Met pek en veren. (jan. 2011)
Hans Liberg
Op 18 maart is Hans Liberg in het muziekcentrum in Enschede. Ik heb alle shows van Liberg gezien en ik zou graag naar ‘Ick Hans Liberg’ gaan, maar het kan niet. Want idioten hebben het aloude rangen- en standensysteem hersteld en daar wil ik niets mee te maken hebben. Er zijn 5 rangen: die van 1 tot en met 4 en de toprang.
Toprang, allemachtig, toprang, je zult er zitten en de ogen van de vierdeklassers in je nek voelen priemen.
‘Kijk die opscheppers daar eens.’
Of je zit op de 4e rang en je weet dat ze voor je tegen elkaar zeggen: ‘Wat een armoedzaaiers’.
Toen ik in Enschede kwam wonen zeiden ze dat het een PvdA-stad was met een stevig CDA-randje.
De PvdA is er nog steeds.
Vinden die sukkels alles goed? (jan. 2011)
Snorders
Op weg naar het station barstte de taxichauffeur los. Hij liet papieren zien en zei: ‘Dit zijn mijn vergunningen. Daar heb ik heel wat voor moeten doen. Nou moet u in het weekeinde eens in het centrum gaan kijken. Daar zie je ze: de snorders, de jongens die een centje gaan bijverdienen. Een vergunning hebben ze niet en die hebben ze ook helemaal niet nodig, want de gemeente interesseert het geen barst. Ik heb er ik-weet-niet-hoe-vaak over geklaagd, maar ik ben nooit een stap verder gekomen. Op die ene keer na. Toen zei een ambtenaar: ‘Wij doen niks, maar jij kunt wel iets. Je gaat gewoon een keer naar zo’n snorder toe en je slaat hem op zijn bek. Wel buiten de gemeentegrens graag.’ (jan. 2011)
Kwart voor vijf
Via deze website hou ik u op de hoogte van de wederwaardigheden in en om de vijver tegenover mijn huis, het meest arbeidsintensieve stukje water van Nederland.
De gemeente Enschede liet er meer dan een jaar geleden een pompsysteem installeren dat niet werkte, niet werkt en, volgens iemand die heeft doorgeleerd in pompsystemen ook niet zal werken. Als aan het systeem iets niet deugt gaat een lamp knipperen. Afgelopen zomer heeft dat vier weken geknipperd. Daarna niet meer en ik dacht: leve het systeem. Ik zat fout: grote geesten hadden de stroom afgesloten. Daardoor kan de lamp niet meer knipperen en lijkt alles oké.
Mijn verwachting was dat de gemeente ooit serieus aan de slag zou gaan en maandag 15 november leek het zover. Wakkere lieden waren om kwart voor vijf in de ochtend opgetrokken naar de vijver. U vindt dat misschien een vreemde tijd, maar wij, aanwonenden, niet, wij hebben het gekker meegemaakt en bovendien weten we dat de politie zich niet met de vijver wenst te bemoeien, ze hebben iets anders te doen.
Drie personenauto’s waren op het gras neergezet, plus een groot geval dat was voorzien van een dieselmotor die niet helemaal geruisloos was. Wat de mannen uitvoerden weet ik niet maar om vijf voor half zes was het lawaai afgelopen en klonk het getoeter van mensen die hun werk hebben gedaan. Het gras dat zich net een beetje had hersteld van de vorige aanval van werklust was weer voorzien van geulen, de kuilen naast het fietspad waren iets dieper.
De rest van de dag gebeurde er niets. (november 2010)
Barricaderen
Als u geen abonnement hebt op Dagblad Tubantia, de krant voor Twente en een beetje omgeving dan mist u iets. Voor het nieuws hoeft u ‘m niet aan te schaffen, maar voor de gulle lach is-ie onmisbaar.
De krant had vroeger een einderedactie en kreeg daarna een eindcontrole. De eindredactie redigeerde de artikelen, de eindcontrole keek er een beetje overheen. Tegenwoordig is er weer een eindredactie. De redacteuren hebben 15 minuten voor een hele pagina dus ze kijken er nog steeds alleen maar een beetje overheen. Als ze op tijd de artikelen op de gewenste lengte krijgen zijn ze al blij.
‘Iedere journalist moet foutloos kunnen schrijven,’ heeft een hoofdredacteur die dat niet lang is gebleven een keer bedacht, ‘een eindredactie is helemaal niet nodig.’
Dus zit je soms te schateren.
Neem donderdag 11 november. In het stuk met de kop ‘Cabaretier waardeert Boekelose publiciteitsstunt met boerka niet’ staat: De organisatie barricadeerde de deur van de plaatselijke kroeg met een paraplu.
Ik lieg er geen woord aan, het staat er echt.
Een barricade is een versperring.
Misschien zit ik fout en kan het, een kroeg versperren met een paraplu, een heel klein kroegje en een heel grote paraplu, zo-een waar het leger patent op neemt onder het motto: waarom zullen we betonblokken nemen voor een barricade, in Boekelo hebben ze aangetoond dat het met een paraplu ook kan, meteen handig als het regent.
Ik had er graag een foto van gezien. (november 2010)
Pasfoto's
Een fotograaf die het vak had geleerd in de fotowinkel waar zijn vader een baan voor hem had gezocht zei het jaren geleden al: ‘Het vak gaat kapot door de digitale fototoestellen. Als je honderd foto’s maakt dan zijn er altijd wel twee goed, dus waarom zou je nog een echte fotograaf inschakelen. Gelukkig hebben we de pasfoto’s nog.’
Het bedrijfje dat hij over had genomen dreef jarenlang op de pasfoto’s en op de fotolijsten die hij was gaan maken. Hij was blij met de idiote eisen die de Amerikaanse regering stelde na die negende september en die, gewoontegetrouw, door onze regering, buigend tot in het stof, werden overgenomen.
‘Je moet aan zoveel eisen voldoen, tegenwoordig, dat een particulier wel naar ons moet toekomen voor een foto die door de beugel kan. Mijn tijd zal het wel duren.’
Dat zal het niet, want de gemeente Enschede heeft een manier gevonden om zijn bedrijf en dat van zijn collega’s snel de nek om te draaien. Tenslotte waren alle lege bedrijfspanden gevuld (kijk maar in de binnenstad) dus er was behoefte aan nieuwe leegstand.
De gemeente plaatste een fotocabine in een van de servicecentra. Onder hetzelfde motto als na de intrede van de digitale fototoestellen: Als de klant een heel stel foto’s maakt dan is er altijd wel eentje goed.
Zo is dat: altijd eentje goed en nog wel voor een prijs waar fotografen niet tegenop kunnen.
Doodconcurreren heet dat.
Het is onbehoorlijk als mensen in hetzelfde vak dit elkaar aandoen.
Maar als de gemeente het doet dan is het ….
Ja, wat eigenlijk.
Onbehoorlijk is te zwak. Gemeen en achterbaks zijn ook niet goed.
Ik ken heel wat Nederlandse woorden, maar voor wat de gemeente fotografen aandoet kan ik het goede woord niet vinden. (november 2010)
Politiegebied
Op deze plaats schrijf ik met regelmaat over de wondere gedragingen van de gemeente Enschede. Ik stuur de stukjes altijd naar de gemeente om te voorkomen dat ze iets missen. Ik teken er bij aan dat ik geen reactie wil.
En ga dan wachten.
Want ik ken de mens.
Wie genoeg wordt geprikkeld moet een keer van zich afpraten of een ander het wil horen of niet.
Na mijn stukje over het dure pompsysteem bij de vijver tegenover mijn huis dat niet heeft gewerkt, niet werkt en waarschijnlijk ook niet zal werken was het zover.
Ik werd gebeld, namens de gemeente, door een alleraardigste man die toegaf dat hij niets wist van pompsystemen.
Op dat gebied kwamen we dus geen stap verder en daarom voerde ik het gesprek naar de vijver en naar het wildkamperen dat begint zogauw de lente een paar zonnestralen loslaat.
De politie doet niets en in de buurt heerst de overtuiging dat de agenten bang zijn voor de kampeerders die meestal uit een niet veraf gelegen Vogelaarprachtwijk komen.
Volgens de man die me belde lag het iets anders. De politie doet niets omdat de vijver niet tot het politiegebied behoort.
U leest dit goed.
Een visvereniging heeft de vijver gepacht en nu hoeft de politie er niets meer.
Wilt u dus iets doen wat niet deugt: kom naar de vijver.
Wees niet bang als een politieauto in zicht komt.
De bestuurder rijdt alleen maar langs. Dat is-ie langzamerhand gewend. (oktober 2010)
Hard rijden
In een van de stukjes op mijn homepage vroeg ik of de straat waaraan ik woon weer een 50-kilometerweg mag worden, ook na 6 uur.
De man van de gemeente die me belde (zie stukje hier boven) vroeg of er echt hard werd gereden en ik zei dat ik af en toe ook echt wel eens een watje zag dat 50 reed.
We kregen het over politiecontrole en hij zuchtte steeds harder.
Vroeger ging de politie gewoon controleren. Dat weet ik uit ervaring, want mijn vader was politieagent en hij heeft wat af gecontroleerd.
Tegenwoordig gaat het anders. Tegenwoordig worden kabels over een weg gelegd en wordt het rijgedrag geanalyseerd. Als blijkt dat er aanwijzingen zijn dat er te hard wordt gereden volgt, soms, controle.
Ik zei tegen de man die me belde dat de tijd die werd besteed aan het leggen van kabels, het analyseren van gegevens en het weghalen van die kabels ook besteed zou kunnen worden aan controles.
Mij leek dat handiger.
Hem ook.
Toen zuchtten we allebei. (oktober 2010)
Broem
Net terug van een autorit van 1400 kilometer las ik een brief van de gemeente Enschede, gestuurd door de cluster ruimtelijke ontwikkeling. Niet afdeling, cluster. Of ik mee wilde doen aan een rijvaardigheidstest.
Ik had Lyon, Parijs en Lille zonder noemenswaardig zuchten overleefd dus de test leek me niet nodig.
Maar als ik ’m wel nodig had gehad dan had ik ’m niet gedaan.
Want de naam van de test was Broem.
Broem doet het autootje dat je over het vloerkleed duwt om de baby te vermaken.
Broembroem, o wat lacht hij leuk.
Broem doe je niet bij 60plussers.
Broem is bedacht door een halve zool die iedereen ouder dan 40 een versleten zak vindt.
Broem is bedacht door iemand met wie een serieus gesprek moet worden gevoerd. (oktober 2010)
Dienblad pimpen
Midden in een gesprek over politiek (vertrouwen we Rutte, is Wilders de baas van dit land, moeten we niet emigreren, dat soort onderwerpen) zei iemand: ‘Weet je wat echt bestaat? De workshop dienblad of theedoos pimpen’.
Dat geloofde niemand.
‘Echt waar,’ zei ze. ‘Ik wilde een cursus volgen. Grafisch vormgeven, zoiets. Zo’n cursus bestaat niet, maar ik kwam van de ROC’s bij de educatieve centra en daar zag ik het: workshop dienblad of theedoos pimpen.’
‘Mensen die met een dienblad in de fietstas naar een gebouw gaan en dan onder leiding van iemand die … geen idee wat voor iemand, in elk geval onder leiding verfstrepen op dat dienblad gaan zetten of er bloemblaadjes op plakken?’
‘Je kunt ook een workshop sloffen vilten doen.’
‘Wat is dat? Sloffen vilten?’
‘Dat leer je op die workshop. Een kapstok met vogels maken kan ook.’
‘Wat voor soort mensen wil dit?’
‘Eenzame mensen, jongens, en hou op met dat gelach. Er zijn veel eenzame mensen.’
Van het een kwam het ander en binnen de kortste keren hadden we een eenzame-mensencentrale bedacht. Die je kunt bellen als je eenzaam bent en die groepjes eenlingen bij elkaar brengt.
Om gewoon te praten, in een huiskamer.
Heeft iemand daar al eens aan gedacht? Workshop gewoon met elkaar praten? (oktober 2010)
Kunst
Na de vakantie een stapel kranten doorgeworsteld, een feest was het niet.
Op één bericht na: Gemeente vervangt erecties.
De gemeente was Hellevoetsluis en daar hadden ze een expositie. Meestal kijk je wat je in huis haalt, maar in Hellevoetsluis doen ze het anders. ‘Zet maar neer, van kunst snap ik toch niks.’
Bleek er een beeld tussen te zitten van twee mannen met een trots omhooggerichte piemel.
Hellevoetsluis was geschokt.
‘Weg ermee. Als onze moeders met kinderen het zien.’
Moeders met kinderen.
Hoe komen die moeders aan kinderen als ze geen erecties mogen zien?
Leg me eens uit hoe Hellevoetsluis concipieert? (oktober 2010)
Pomp
Met regelmaat hou ik u op de hoogte van de werkzaamheden aan de vijver tegenover mijn huis, het meest arbeidsintensieve project van de gemeente Enschede.
Wekenlang knipperde het waarschuwingslicht op een pompsysteem van vele duizenden euro’s dat was aangelegd om de wijk te vrijwaren van wateroverlast. Bij de enorme hoosbui van een maand geleden stond de straat niet helemaal onder water en ik dacht: de pomp werkt, pluim voor de gemeente.
Wat ik niet begreep was waarom de pomp werkte, maar het waarschuwingslicht toch vuurtorengewijs knipperde.
Een buurman hielp me uit de droom.
‘Die pomp heeft nog nooit gewerkt en die zal ook niet gaan werken. Constructie van niks.’
‘Maar toen dan, met die wateroverlast?’
‘Puur geluk. Je weet toch dat die lamp eindeloos knipperde?’
‘Dat doet-ie nu niet meer.’
‘Omdat ze de stroom er afgehaald hebben. Dat hele systeem ligt er maar een beetje te liggen en het doet helemaal niks.’
Vorige week waren er weer mannen aan het werk. Ik keek uit het raam en ik zag ze gebaren maken van: niets mee te beginnen.
Het is najaar, de regentijd nadert.
De wijk zal veel geluk nodig hebben als er hoosbuien komen en wie dure pompen kan gebruiken moet maar eens aan de gemeente vragen of hij het spul bij de vijver niet mag opgraven. (oktober 2010)
Jammer
Een poosje geleden liet iemand me een jammer zien, een uiterst nuttig apparaatje met mooie mogelijkheden.
Het boekenvak kan er door opkrabbelen, ik noem maar een mogelijkheid.
Er zijn meer mogelijkheden, maar ze zijn al meteen de grond ingeboord, want de jammer mag niet. Wie een jammer heeft kan rekenen op bezoek van de politie of van lieden van het Agentschap Telecom die geen boodschap hebben aan verhoging van de kwaliteit van leven.
Voor het geval u geen idee hebt waar dit stukje over gaat: een jammer is een stoorzendertje, een klein, handig apparaatje waarmee nutteloos gekwek is lam te leggen. De uitvinder zou een standbeeld moeten krijgen, een onderscheiding in elk land waar mobieltjes zijn, en voldoende geld om de rest van zijn leven ongestoord op een tropisch eiland te kunnen doorbrengen, hij verdient het.
Stop een jammer in uw broekzak en u kunt ongestoord eten in een restaurant, boodschappen doen zonder dat een malloot naast u vraagt of hij achterham moet hebben of toch beenham en hoeveel plakjes er in een pakje moeten zitten, naar een film kijken zonder dat iemand in de rij voor u zijn baas uitlegt dat hij niet op tijd bij een klant kan zijn omdat hij in de file staat.
Door de jammer wordt het ook weer leuk in de trein.
Ik lees als ik in de trein zit. Herstel: ik probeer te lezen. Dat lukt zelden omdat mevrouw via haar mobiel laat weten wat ze heeft aangeschaft, meneer doet alsof hij de baas van alle bedrijven in Nederland is en kinderen vriendjes, oma’s, ouders en kennissen op de hoogte brengen van hun opzienbarende inzichten in de manier waarop ze rust kunnen verpesten.
Gelooft u me niet? Ga maar een paar uur in een stiltecoupé zitten. Lezen is er onmogelijk geworden, niet alleen voor mij, maar voor iedereen die graag rust aan zijn kop heeft. Het heeft geen enkele zin om voor aanvang van een treinreis een boek te kopen omdat je het nog niet redt tot pagina 10.
De jammer kan zorgen voor rust en dus voor een enorme opleving van de verkoop.
De jammer is geweldig.
Behalve dan dat de jammer verboden is.
Daarom vraag ik mensen die actiever zijn dan ik om de handen uit de mouwen te steken: help me en richt het CBJ op, het Comité ter Bevrijding van de Jammer. (augustus 2010)
Vuurtoren
Enschede had al het lelijkste Delfts Blauwe ketelhuis van de wereld en bezit nu ook de kleinste vuurtoren. Als gemeentebestuur en VVV niet zo labbekakkig waren dan zouden ze er veel toeristen mee kunnen trekken. De vuurtoren staat aan de kleinste zee denkbaar en met een beetje handigheid breng je er busladingen Aziaten mee in extase. ‘Het lijkt wel een vijver.’ ‘Nee hoor, we noemen het zee. De Noord Esmarkerrondweg Zee.’ Het peil in de zee wordt geregeld middels een pompsysteem dat heel bijzonder moet zijn, want tientallen mensen zijn er honderden uren mee in de weer geweest. Volgens mijn buurman regelt het vrijwel niks, maar dat zal een misverstandje zijn. Aan de rand staat het vuurtorentje, een vaalgroen/grafitti kastje met een lamp die knippert ter waarschuwing van mensen die de zee willen oversteken: hier op aan, verderop is het gevaarlijk.
Tot zover mijn fantasie.
Nu de werkelijkheid.
De lamp knippert als het pompsysteem niet werkt.
De lamp knippert al drie weken.
Hé, toeval, net de drie weken van de bouwvak.
In de bouwvakvakantie mag een systeem falen.
Gevolgen heeft dit niet gehad, dus waarschijnlijk had mijn buurman gelijk toen hij zei: ‘Allemaal flauwekul, dat ding bij de vijver, pure geldwegsmijterij.’ (augustus 2010)
Glasvezelkabel
Begin van het jaar kwam een enthousiaste meneer de zegeningen van glasvezelkabel verkondigen. Alles kon draadloos, de televisie, de radio’s, de computers. Alles. En als we het pakket brons namen dat ruim 60 zenders bevatte, zouden we voor hetzelfde geld een half jaar lang het pakket zilver krijgen met 40 zenders extra.
Alles zou gratis en voor niks worden aangelegd.
Toen kwam de monteur, een heel aardige man die opkeek van wat ons was beloofd.
‘De computer kan via een usb,’ zei hij, ‘maar niet uw tweede computer, want die heeft Windows XP met servicepack 1, en u moet servicepack 2 hebben. Servicepack 2 kunt u downloaden, maar daarvoor moet u op internet zitten en, inderdaad, u kunt pas op internet als u servicepack 2 hebt gedownload, ik wens u veel succes.’
De radio’s konden worden aangesloten op een zendersysteem, maar niet mijn radio’s, want die waren te oud. ‘U hebt geen tulpaansluiting en zonder tulpaansluiting kan ik niks. Met tulpaansluiting ook even niet, want voor radio’s hebt u aparte kastjes nodig en die heb ik niet bij me.’
De televisie in de kamer kreeg een aansluiting via een kabel, de tv die in de slaapkamer had gemoeten kreeg niks, want die was ook te oud.
Het ene kastje dat aan de muur zou komen werden er drie, waarvan twee gevuld met irritant knipperende lichten en we moesten naar de stad om een stekkerdoos te kopen voor zeven aansluitingen, want anders konden we de telefoon wel vergeten.
We hebben nu wat we hadden: een werkende tv, een werkende computer en een werkende telefoon. We hebben ook in de kamer drie kastjes aan de muur en een onder de televisie.
En dat zilverpakket?
Daar wist niemand iets van, maar een heel aardige mevrouw van KPN zei dat ze zou proberen daar iets op de vinden. (juli 2010)
Taal
Ik ben bijna veertig jaar journalist geweest en geloof me: ik mis het vak geen dag.
Maar ik verbaas me wel vaak.
Bijvoorbeeld over de nieuwe aanpak en het nieuwe taalgebruik.
Lees het bericht mee met de duizelingwekkende kop: Politieagent ziet man fietsen op zijn gestolen fiets.
‘Enschede - Een surveillerende agent van de politie Twente stond maandagmiddag perplex. Tegen drie uur zag hij op de Marktstraat in Enschede een man fietsen. Natuurlijk was het niet dat feit dat hem bevreemdde, maar wel het ijzeren ros waarop de man peddelde.’
Zo gaat het even door.
In mijn tijd zou de collega die blijk gaf van een zo verregaande taalarmoede zijn ontslagen.
Nu wordt hij waarschijnlijk toegejuicht door zijn werkgever Wegener, want de taal die in het hoofdkantoor wordt gebruikt is ook goed voor akelige rillingen.
Een citaat uit het jaarverslag 2009: Wegener maakt inmiddels een transitie door van een productgerichte organisatie naar een crossmediaal contentbedrijf.
Zelfs als je snapt wat je schrijft dan nog schrijf je het niet zo op, leerden wij vroeger met harde hand van collega’s die liefde hadden voor de Nederlandse taal. (juli 2010)
Plakken
Het grote verkiezingsbord werd bij de vijver geplaatst. Het werd een stukje verderop gezet. Het bleef leeg, een hele week. Toen kwam er een auto. Twee mannen plakten een biljet van het CDA op het hout, daarna van de PvdA, de VVD, de SP, veertien biljetten in totaal met ruimte voor de partijen die te laks waren geweest om op tijd reclamemateriaal te leveren.
Vroeger kwamen mannen die behoorden tot het gestaalde kader van een partij. Ze plakten zoveel biljetten als ze konden, liefst over die van de grootste concurrent.
Die mannen zijn verdwenen. Alles gaat nu in een keer, netjes in het gelid en even fantasieloos als het verloop van alle campagnes. (juni 2010)
Douwe
Op het pak met koffiepadjes van Douwe Egberts zat weer eens een sticker, met een actiepunt en ‘supersnel sparen voor Hollandsche waaren’. Via de computer zou ik iets kunnen winnen. Ik deed wat ik doen moest en kreeg de melding dat ik Adobe Flash Player moest downloaden. Vooruit dan maar. Ik loade down en kreeg de volgende tekst: Helaas, u hebt geen webcam.
Die heb ik niet, nee, en als DE meteen had gevraagd of ik er een had dan had ik die Adobe Flash Player niet binnen hoeven halen. DE deed nog wel de suggestie om bij de buren om een webcam te gaan vragen en dan meteen gezellig een kop koffie met ze te gaan drinken.
Dat heb ik niet gedaan
Ik heb de DE-koffie uit huis verwijderd en een ander merk gekocht. (juni 2010)
Verkiezingsborden
Soms gaat het goed bij de gemeente, soms gaat het zelfs zo geweldig dat ik er van sta te kijken.
Vorige week werden bij de vijver tegenover mijn huis ijzeren buizen de grond ingeslagen, bedoeld voor borden waarop de politieke partijen mogen beweren dat ze het goed met ons voorhebben.
De vijver is breed en erlangs is veel gras, maar de mannen met de buizen sloegen ze precies voor het huis van de buurman in de grond. De buurman voert een langjarige strijd met gemeente en politie (zie het stukje Bange politie) om wildkampeerders te weren.
Omdat ik een slechte inborst heb dacht ik meteen: opzet, ze zetten de buizen daar om de buurman te pesten.
Maar nee, verkeerd gedacht. Eén telefoontje van de buurman was voldoende. Hij belde om negen uur in de ochtend en voor twaalf uur waren de buizen verplaatst naar de plek waar ze hoorden te staan.
‘Zo snel heb ik de gemeente nog nooit zien reageren,’ zei ik tegen mijn buurman. ‘Ik was van plan een boos stukje te schrijven.’
‘Hoeft niet meer,’ zei hij. ‘Maak er maar een positief stukje van.’
Bij deze. (mei 2010)
Rangen en standen
De rangen en standen zijn terug. In de schouwburg en in het muziekcentrum. In twee zalen hoef je minder te betalen ... als je maar bereid bent om op de rotplekken van de vierde rang te zitten. Wil je de mooiste plekken (en meteen laten zien dat je lang niet van de straat bent) dan boek je eerste rang en betaal je 125 procent van de basisprijs.
Misschien waren de rangen en standen er vorig jaar ook al, maar toen was het aanbod zo knudde dat ik de toelichtingen niet heb gelezen. Komend seizoen is het een stuk beter; er is zelfs een voorstelling van de beste cabaretier van dit land. Jeroen van Merwijk, natuurlijk.
Hij komt niet in een van de rangen- en standenzalen, gelukkig maar, want daar zal ik nooit meer een voet zetten. Zijn ze helemaal belazerd, daar bij de schouwburg.
Het jaar 2010, invoeren van de vierde rang door een theaterdirecteur.
Verdorie, nou moet ik alweer aan Jeroen van Merwijk denken. Een van zijn liedjes heeft als titel: ‘Weg met de schouwburgdirecteuren!’. Het liedje is uit de voorstelling van 1994. Een visionaire man, die Van Merwijk. (mei 2010)
Bange politie
Tegenover mijn huis in Enschede is een vijver. Daarin mag worden gevist. Dat gebeurt ook. Er mag niet worden gekampeerd. Dat gebeurt toch. De gevolgen zijn: veel geschreeuw, nachtelijke strooptochten door de tuinen, meer stront in het gras dan honden kunnen produceren.
Een buurman voert al jaren strijd tegen het illegale kamperen. Hij heeft er zelfs een wethouder over op bezoek gehad en verteld dat de politie geen vinger uitstak. Waarom dat was kon de wethouder niet zeggen, maar hij beloofde maatregelen en verwees alvast naar de milieupolitie. De buurman belde met de milieupolitie en werd afgebekt. Hoe hij het in zijn hoofd haalde om te bellen. De wethouder is vervangen.
Er gebeurt nu weer helemaal niets en het algemeen gevoelen van de buurt is dat politie en milieupolitie niet durven optreden. De jongeren die bij de vijver kamperen komen uit een van Vogelaars prachtwijken en daar wil de politie liever zo min mogelijk mee te maken hebben.
Ze zijn bang, is de conclusie.
Het is moeilijk te geloven, maar het verklaart veel. (mei 2010)
Projectteam
Ik ben directeur, en rommelopruimer, enveloppendichtlikker en toetsenbordschoonmaker van De Zwaan Boek. Ik ben alles tegelijk, want ik heb een eenmanszaak. Aan huis. Een ZZP-er met een computer en een hoofd vol ideeën.
In het begin wilde de Kamer van Koophandel alleen de bedrijfsnaam inschrijven en verder niets met me te maken hebben. ‘Schrijvers behandelen we als advocaten en artsen, ze krijgen geen btw-nummer’. Later dacht de KvK iets genuanceerder over me. Ik moest iets invullen en mag daar nu elk jaar bijna 50 euro voor betalen. Als tegenprestatie kreeg ik via de KvK een enquêteformulier van een projectteam van de provincie Overijssel.
Waar het moederbedrijf is gevestigd.
Hoeveel personen activiteiten verrichten op of vanuit de vestiging (ik moet hierbij de uitzendkrachten niet meetellen).
Hoeveel ingehuurde uitzendkrachten ik in dienst had voor 1 april 2010.
Hoeveel werkzame personen doorgaans niet op het adres van de vestiging werken.
Hoe de verdeling van het personeel is naar de mogelijkheden van vervoer.
In een begeleidende brief staat dat het invullen van de enquête van belang is voor de werkgelegenheid in Overijssel.
Ik heb het formulier niet opgestuurd. Als u over een poosje leest dat het met de werkgelegenheid in Overijssel droevig is gesteld omdat er bij de provincie gebrek aan inzicht en kennis bestaat dan is dat mijn schuld. (mei 2010)
Bed
Ze wilden een nieuw bed en lieten een advertentie zien.
‘Moet je eens kijken.’
Ik zag iets heel groots dat bijna 8000 euro kostte, met bochten en lagen; een soort modern martelwerktuig.
‘Hier, pocketveren matrassen met vijf ergonomische comfortzones.’
‘Weet jij wat pocketveren zijn?’
‘Geen idee.’
‘En waar moet je die vijf comfortzones vandaan halen. Zelfs als ik diep ga, kop, rug, kont, benen, kom ik maar tot vier.’
‘Tja,’ zeiden ze.
Die nacht sliepen ze op de enige comfortzone die wij gasten te bieden hebben, op de matras van 200 euro die we op de planken vloer hebben liggen.
‘Een beetje geslapen?’ vroeg ik de volgende ochtend.
‘Heerlijk,’ zeiden ze. (april 2010)
Verhuisd
Ze was verhuisd naar een ander deel van de stad en was verbaasd toen ze een briefje in de bus vond waarop een bedreigende tekst stond. Het was een kinderlijk handschrift en de zinnen waren onsamenhangend, dus ze dacht aan een kind dat reden had pesterig te doen.
Ze nam het briefje niet serieus, maar dacht er wel aan terug toen op een avond eieren tegen een ruit werden gegooid.
Een paar dagen later ging de bel. Ze deed open en zag een grote man, type kleerkast, vol tatoeages, met stekelhaar en met een matje in de nek.
Of ze op dit adres woonde.
Ze zei ‘ja’, zo ferm als ze durfde.
Of ze niet die-en-die was.
Ze zei ‘nee’, want ze was niet die-en-die.
Of ze soms pas was verhuisd.
Ze zei ‘ja’, want er was geen reden om te liegen.
Of ze die-en-die kende.
De naam kwam haar bekend voor. ‘Ik geloof dat die daar-en-daar woont,’ zei ze.
De man keek of hij bereid was haar een minuutje te geloven en liep weg. Na een poosje kwam hij terug met de mededeling dat ze gelijk had gehad, dat die-en-die in haar huis had gewoond, maar dat hij hem had gevonden.
Een uur later reden er te grote auto’s door de straat met te grote mensen erin.
Ze wist naar welk adres ze op weg waren en deed de deur op slot en de gordijnen dicht.
Terwijl ze zat te bibberen nam ze zich voor uitvoerig onderzoek te doen naar de vorige bewoner voor ze ooit weer een ander huis zou betrekken. (april 2010)
NS-chipkaart
Geen organisatie zo beroerd als de NS.
Last van sneeuw, last van herfstblad, last van drukte op de rails, last van hun eigen beloftes.
Dat is het ergste: een blad in de bus krijgen met twee pagina’s NS-beloftes en merken dat ze er niet een waar kunnen maken.
In het blad Spoor, nummer 4, december 2009: ‘Wat moet ik doen voor ik met de OV-chipkaart kan reizen?’
Ik zal u het antwoord geven: Vooral niet in de buurt van de NS komen.
Vanaf eind november probeer ik van mijn voordeelurenkaart een OV-chipkaart te maken. Elke keer als ik op de site ns.nl kijk blijkt de pagina die ik moet hebben onder constructie.
Op het station zeiden drie vriendelijke dames die eendrachtig hadden geprobeerd me te helpen dat ik maar moest bellen omdat ze geen idee hadden hoe het zat met die site ‘waar altijd wat mee was’.
Ik dacht: misschien helpt het als ik eerst een (gratis) ns-account maak. Alle vragen ingevuld op het nummer van mijn ns-kaart na. Dat nummer bestaat uit 7 cijfers. Voor de account zijn er acht nodig, soms tien.
Volgens mij wil de NS helemaal niet dat je een OV-chipkaart benut of dat je een account hebt.
Laat alles maar zoals het is.
Blijven die jongens die de NS-automaten voorzien van skimmers ook een beetje aan het werk. (april 2010)
Hilversum
Ik wil u waarschuwen.
Kent u iemand die zich in Hilversum wil vestigen?
Raad het hem/haar met klem af.
Bent u in de buurt van Hilversum en denkt u: Misschien leuk om er eens te kijken.
Niet doen.
Vraagt iemand in Hilversum u een keer langs te komen?
Sla het af.
Hilversum is een ramp. Je komt er niet in en je komt er niet uit; zelfs de beste TomTom is niet bestand tegen de maatregelen die het gemeentebestuur heeft bedacht om bezoekers te ontmoedigen. Waar u ook moet zijn: honderd meter voor u er bent loopt u vast en kunt u terug.
Hilversum. Laat het.
Ik weet waar ik het over heb.
Mijn dochter heeft er een huis gekocht. (april 2010)
Milieumeneer
Gehoord op de radio van een milieumeneer van wie ik de naam gelukkig niet heb verstaan: ‘Ik vind het zo erg dat sommige dieren uitsterven voor ze zijn ontdekt.’
Niet meteen zeggen dat die meneer gek is. Dat is wel zo, maar we zeggen het niet, want we hebben medelijden met hem.
Het is beter dat we een paar vragen stellen.
1. als dieren uitsterven voor ze zijn ontdekt hoe weet je dan dat ze hebben bestaan? Door over twee miljoen jaar naar skeletten te kijken?
2. zouden dieren het erg vinden als ze niet worden ontdekt?
3. is het voor dieren echt prettiger als ze uitsterven nadat ze zijn ontdekt?
4. is het niet ongelooflijk arrogant om het lot van welk dier dan ook te verbinden aan de kennis van de mens? (april 2010)
Stalling
Jarenlang heb ik gebruik gemaakt van de rijwielstalling onder het station in Enschede. Een te kleine stalling met te weinig ruimte en personeel dat zo met fietsen ragde dat je kon kiezen: het ding laten stelen buiten of het laten vernielen in de stalling.
Zes jaar geleden werd de stalling verbeterd en kwamen er gootjes voor de banden die net te kort waren waardoor je fiets achteruit gleed en de spaak die tegen het slot drukte kapot ging.
De beheerder wist daar van, zei hij, en verandering was op komst.
Ik dacht: wedden dat het even gaat duren en zag na een stel verbogen spaken af van het plaatsen van de fiets in de stalling.
Dat was dus zes jaar geleden.
Afgelopen week dacht ik: laat ik het weer eens proberen. En wat bleek: te kort gootje, verbogen spaak.
Het enige wat was veranderd was de entree. Daar zijn nu hekken van een degelijkheid waar ze in de Bijlmerbajes jaloers op zijn. ’s Avonds is er niemand in de stalling en als je de uittreedprocedure niet exact volgt zit je met fiets en al opgesloten. Er is een alarmknop en er reageert ook echt wel iemand, maar een minuut of tien ben je een gevangene.
Naast het station is een grote, gratis stalling gemaakt met ruime plaatsen.
Zet er, net als in de kelder onder V&D, een paar DCW-ers bij en iedereen kan zijn fiets snel, veilig en probleemloos kwijt. (maart 2010)
Oppasoma
Ze paste een dag in de week op de kleinkinderen. In het begin was ze gewoon oma.
Toen ze er achter was dat ze voor het oppassen subsidie kon krijgen was ze officieel oppasoma.
En moest ze naar een ehbo-cursus.
Er kwam ook iemand kijken of haar kleinkinderen niet in scherpe voorwerpen konden vallen.
Ouders hoeven geen cursus en bij ouders komen niemand kijken. Bij oma’s die de ouders van hun kleinkinderen hebben opgevoed wel. Blijkbaar worden ze niet vertrouwd als ze ouder zijn.
De ehbo-cursus duurde vier uur.
Toen wist oma hoe ze een verband moest aanleggen, een pleister moest plakken en de dokter moest bellen.
Over het tovermiddel dat ze 1000 keer had beproefd toen ze een jonge moeder was sprak niemand.
‘Ben je gevallen, lieverd? Kom maar bij mamma, kusje er op, over.’
Het kusje helpt altijd.
Tegen het kusje kan geen cursus op. (maart 2010)
Oud 1
Ik ben oud en lid van Max. Omroep Max heeft een blad Max. In het eerste nummer van dit jaar stond een reclame voor een ‘vergrotend leesvenster’ op boekformaat. Heel handig voor oude mensen en bovendien ‘vrijwel nergens te koop’. Prijs 14,95.
Bij het blad gevoegd was een reclamefolder van Huis & Comfort. Ik heb geen idee wat voor een bedrijf dat is, maar ik ben ook pas 65 en misschien nog niet oud genoeg. In de folder stond een ‘vergrotingsbord’, ook ter grootte van een boek. Prijs 3,50. (februari 2010)
Oud 2
Vorige week, toen er nog sneeuw lag.
Drie jongetjes bezig met het gooien van sneeuwballen.
Naar mij gooiden ze niet.
Omdat ze me lief hadden?
Dat ook natuurlijk, maar ik hoorde een van de jongetjes wel waarschuwend roepen: ‘Niet doen, naar oude mensen gooien mag niet van mamma.’
Ik fietste snel door en voelde me 80. (februari 2010)
Watermeter
Ik moest een nieuwe watermeter hebben.
De oude was hooguit zes jaar en had nog geen 600 kubieke meter water verwerkt, maar ik moest een nieuwe. Dat was goed voor mij en voor Vitens dat niet voor niets duizenden meters had ingeslagen.
Toen de nieuwe meter was geïnstalleerd vroeg ik wat dat kleine stukje plastic was net boven de plaats waar je de stand moest aflezen.
Het bleek een soort wisser. Een watermeterstandwisser zou je kunnen zeggen.
Voor het geval ergens aan de binnenkant van de meter iets zou beslaan.
Iemand bedenkt zoiets, iemand keurt het goed, iemand produceert het.
Wat mooi dat de beschaving toch maar steeds blijft voortschrijden. (februari 2010)
Meerkoeten
In Groningen heeft een automobilist 30 meerkoeten doodgereden.
Hoe deed hij dat?
Meerkoeten zwemmen, drijven of zitten half onder water.
Maar toch: 30 doden.
De krant (Tubantia) vermeldt niet hoe de automobilist het klaarspeelde, want voor echte informatie moet je niet bij de krant zijn.
Ik zie twee mogelijkheden:
1. de automobilist is een meer ingereden en heeft een vergadering van meerkoeten uiteengeslagen.
2. een kolonie meerkoeten wilde zelfmoord plegen en had zich, koet achter koet, in een rechte lijn opgesteld op een weg. (jan. 2010)
Mobiel bellen
Het stond in de krant: Gratis mobiel internetbellen wordt onhoudbaar omdat er te veel wordt gebeld.
Door wie dan wel? Door scholieren en halfzachte twitterministers, denk ik.
Gratis mobiel internetbellen wordt onhoudbaar en betaald mobiel interbellen zal volgen. Gewoon mobiel bellen is de derde op de lijst.
Het opvallende is dat het woord bellen in de bovenstaande zin verkeerd is. De systemen gaan ten onder omdat we juist niet meer weten wat bellen is.
In een bakkerswinkel staan en per mobiel je vrouw om raad vragen (‘Moet het gewoon bruin zijn, of sesam of toch tijger?’) is niet bellen, maar hersenloos ouwehoeren.
Als je tegenwoordig belt omdat je iets van belang hebt te vertellen of te vragen krijg je een bandje: spreek uw boodschap in na de piep. Niemand die werk te doen heeft is nog bereikbaar omdat hij zijn mobiel heeft uitgezet .... waardoor vertragingen ontstaan die tien jaar geleden ondenkbaar waren.
Vroeger, jongens en meisjes, hadden we vaste telefoon. Als je gebeld werd dan nam je op, want niemand belde zonder dat het nodig was.
Je nam op en je gaf antwoord; iedereen tevreden.
‘Door de ontwikkeling van de mobiel lijdt de communicatie steeds meer schade.’
Dat wordt de belangrijkste stelling van mijn dissertatie die de titel gaat krijgen: ‘De gesel van de kutmobiel’. (jan. 2010)
Politiecomputers
Er zijn mensen die vinden dat de politie te veel informatie te lang bewaart.
Die mensen houden van de politie.
Er zijn ook mensen die vinden dat de politie alle informatie en gegevens eindeloos lang mag bewaren.
Die mensen hebben een hekel aan de politie.
Dat zit als volgt.
Hoe meer gegeven de politie opslaat hoe harder het computersysteem kreunt. In een kwart van Nederland is het systeem al op hol geslagen. In Overijssel zijn geen veelplegers meer, want de computer is hun namen kwijtgeraakt en als je naam niet in een computer zit dan besta je niet.
Wie op zijn gemak wil stelen, roven en overvallen en niet het risico wil lopen dat een agent ooit nog zegt: ‘Ik zie hier dat het de zestiende keer is dat je iemand op z’n kop hebt geslagen’, moet sterk pleiten voor uitbreiding van de hoeveelheid informatie die de politie mag opslaan. Laat ze alle dna bewaren van iedereen, alle kentekengegevens, alle boetes, alles wat je verder kunt bedenken en het computersysteem van de Nederlandse korpsen zal verkruimelen tot gruis.
Over een poosje zit iedere agent weer achter een typemachine. (jan. 2010)
Insluiper
Ineens stond er een vrouw in het gangetje naar de keuken. Ze moet me op tien meter afstand zijn gepasseerd. Ik harkte blad in de tuin, zij opende de serredeur en een tussendeur en was binnen. Waar mijn vrouw haar zag en naar buiten duwde. Ik kreeg pas iets in de gaten toen ik werd geroepen: ‘Peter, er stond een vrouw in huis.’
De vrouw zei iets in het Engels (dacht mijn vrouw) of Duits (dacht ik): House of Haus.
Ze liep weg. Vlak bij het hek van de oprit kreeg ze gezelschap van een man, zwart haar, lange, donkere jas.
Ik heb op deze plaats een paar keer sombere dingen over de politie gezegd, maar nu: hoed af.
Ze waren er snel en ze waren geduldig: je schrikt toch.
Ze legden ook de truc van het insluipduo uit. Zij kijkt of er een deur open is en gaat naar binnen. Hij staat bij de voordeur en belt aan.
Als je naar de voordeur loopt raak je de spullen kwijt die in kamers aan de achterkant liggen.
Dit keer lukte het niet.
Door puur geluk.
De bel belde niet: de batterij was leeg. (januari 2010)
Ballon
‘Nooit een snoepje aannemen van een vreemde man,’ zeggen ouders tegen hun kinderen, en gelijk hebben ze.
Sommige ouders gaan een stapje verder.
Vlakbij een supermarkt, een vader met zijn zoontje. Zoontje had een ballon, liet die los en geef een krijs.
Een man die een eindje verder liep zag de ballon en hoorde het kinderleed. Hij reageerde snel, pakte de ballon en bood die aan het kind aan.
‘Nee,’ snauwde de vader, ‘nu hoeft mijn zoon de ballon niet meer.’
Het kind schakelde over op bodemloos huilen.
De hulpvaardige man keek verbijsterd. (januari 2010)
Delfts blauw
In Enschede, aan de rand van het gebied van de vuurwerkramp dat Roombeek wordt genoemd, staat een warmtecentrale. Niemand in Roombeek heeft gas, alle verwarming wordt centraal geregeld. Daar is een gebouw voor neergezet met een toren die een hoogte heeft van 42 meter. De muren van het gebouw en de toren zijn bekleed met grote Delftsblauwe tegels. Het is een kunstwerk, zou je kunnen zeggen, als je het begrip kunst heel erg oprekt.
De buurt protesteert, want de buurt is niet in de plannen gekend. De gemeente heeft verzet aan zien komen en de zaak op z’n Enschedees aangepakt, hetgeen betekent: niets laten horen, wel gedacht aan brieven, maar die - helaas, helaas, wat een pech voor de omwonenden nou toch - niet verstuurd.
Gelukkig maar.
In Enschede nemen ambtenaren en bestuurders met groot gemak en veel liefde een loopje met regels en fatsoen en soms leidt dat tot iets waar je van staat te kijken.
Gisteren fietste ik naar Roombeek en ik zag de toren van de stadshaard al van verre. Prachtig. Fantastisch.
Toen ik dichterbij kwam nam mijn enthousiasme iets af en toen ik naast de centrale stond dacht ik: ik kijk nu naar de overtreffende trap van kitsch.
Kitsch, kitscher, Delftsblauwe warmtecentrale.
Het toekomstige Jan Cremer museum zal er bij verbleken, kan niet anders.
Er zullen mensen naar het museum komen, maar ze zullen stil blijven staan bij de centrale en ademloos kijken, vol verbijstering. Daarna zullen ze het hoofd schudden en maken dat ze wegkomen.
Enschede.
De vuurwerkramp heeft de stad op de kaart gezet, door de warmtecentrale zal ze daar nooit meer afgeveegd worden. (januari 2010)
Saban B.
In alle kranten lees ik over Saban B. Hij is beroemd geworden, Saban, de beroemdste vrouwenhandelaar van ons land.
Maar nergens lees ik dat de man die hem heeft vrijgelaten om zijn kind te bezoeken (‘Ik kom terug naar de gevangenis, meneer de officier, eerlijk waar hoor, ik zweer het u’) met pek en veren is overgoten en op een balk naar de grens is gedragen: ‘Weg jij, ga ook maar naar Turkije en kom nooit meer terug.’
Geen woord over de goedgelovige sukkel.
Of is hij toegedekt met de mantel van regelgeving, wetten en verordeningen en daardoor onzichtbaar geworden voor iedereen? (januari 2010)
2009
We hebben een geweldig jaar achter de rug.
Dat moet wel.
In een krant die ik alleen lees omdat ik ’m gratis krijg stonden lijstjes: wat vond u belangrijk in 2009.
Onder het kopje ‘nationaal’ stonden ‘de val van Marco Borsato’ en ‘het overlijden van Ramses Shaffy’. Als je vijf belangrijke gebeurtenissen moet opschrijven en je hebt daar Borsato en Shaffy bij nodig dan is er echt maar heel weinig gebeurd waar je (als je niet Borsato of Shaffy heet) van overstuur bent geraakt.
Onder ‘regionaal’ stond 1: Affaire Jansen-Steur, 2. beloning Aveleijn-directeur (hé? wie? wat?).
Onder ‘internationaal’ stond als nummer 1: de Mexicaanse griep.
Nee, niet veel gebeurd in 2009.
Geen nieuws is goed nieuws.
2009 was een geweldig jaar. (januari 2010)
Man van het jaar
De man van 2009 is een buschauffeur. Ik ken hem niet, ik weet zelfs niet waar hij woont. Hij werkt in Almere en hij kreeg een paar dagen voor de kerst op een enorme manier de tyfus in. Weer zo’n kelerekind dat de sfeer verpest met geschreeuw. Hij stopte, zette het kind buiten de bus en reed door.
Bravo.
Doet het er in dit verband toe dat het kind drie jaar was?
Nee.
Het kind had een moeder en die gedroeg zich zoals veel moeders de laatste jaren, een beetje zoals Amerikaanse moeders het al een generatie doen: mijn kind is geweldig, mijn kind mag alles, mijn kind is heerser over bus, chauffeur en reizigers.
De moeder stak geen vinger uit en de chauffeur nam haar taak over: ga maar een poosje in de kou staan met je gejank, daar knap je van op.
Natuurlijk belde een getuige de baas van de bus: lekker klikken, lekker verontwaardigd doen.
De chauffeur werd geschorst, maar hij verdient een bonus. (januari 2010)
Wensen voor 2010
1. Een dag tv zonder dat ik, Nederlands kampioen zappen, het te olijke gezicht van Matthijs van Nieuwkerk tegenkom.
2. Een volle week tv zonder Paul de Leeuw.
3. Meer doortastende buschauffeurs. (januari 2010).
Aanvulling 16 januari: 2010 gaat een goed jaar worden, ik weet het zeker: twee weken lang Matthijs van Nieuwkerken niet gezien, wat een luxe.
Aardig
De straat kreeg glasvezelkabel.
Op vrijdag, de dag waarop de vuilnisbakken worden geleegd.
De kabelleggers hadden last van de clico’s en sleepten ze weg.
De auto van Twente Milieu kwam en de chauffeur zag dat er geen legen aan was.
Hij stapte uit, zette alle tonnen op een rij, en leegde ze.
De kabelleggers stonden erbij en keken met een blik van: dat hadden wij nooit gedaan.(december 2009)
Enschedese ambities
Ambities zijn mooi. Ze doen hopen en hoop doet leven.
Toen ik klein was wilde ik koningin van Nederland worden. Ik leef nog steeds.
Burgemeester en wethouders van Enschede maken het gekker: ze willen dat de gemeente het kloppend hart van de Euregio wordt.
Kloppend hart.
De inwoners van Enschede hebben, gemiddeld, de laagste levensstandaard van alle grote en middelgrote steden in dit land, de werkloosheid is hoog, de vooruitzichten zijn beroerd.
Maar wel het kloppend hart van de Euregio willen worden.
Een kloppend hart is niets zonder een vliegveld; je moet iets hebben om over op te kunnen scheppen.
Hé, vliegveld, ineens is duidelijk waarom het college zo krampachtig aanstuurt op overlast voor een groot deel van de bevolking.
De inwoners willen het niet, de omliggende gemeenten willen het niet, de provincie wil het niet, maar een burgemeester en een paar wethouders willen het wel, dus komen zal het er.
De militairen willen meevliegen. Ze gingen begin deze eeuw weg, namen honderden banen mee en lieten honderden woningen leeg achter, maar van een afstandje willen ze bij nader inzien toch alle vingers in de pap houden.
Dit was een jaar geleden bekend, ... maar niet bij de tegenstanders van het vliegveld, want het college vergat een paar kleinigheden door te vertellen.
Voor ambities moet je een beetje liegen, een beetje manipuleren, een beetje boel lak hebben aan de mensen voor wie je behoort te werken.
Enschedese ambities. Burgemeester en wethouders hopen en hoop doet leven.
Wat de wethouders betreft tot de eerstvolgende verkiezingen. (december 2009)
Politie
De politie komt niet meer naar aanrijdingen met blikschade.
Je wordt aangereden, je schrikt je een ongeluk, de vent die je heeft geramd is twee meter lang en zegt dat het jouw schuld is. Je staat daar te trillen, maar de politie komt niet.
De politie Enschede komt niet als er clandestien vuurwerk wordt aangestoken. Elke nacht zit je rechtop in bed, de ruiten rinkelen, maar de politie komt niet. En de politie laat dat ook aankondigen: wij komen niet, hoor, knal maar raak.
Wat doet de politie eigenlijk wel?
Niet de snelheid controleren.
Acht jaar geleden, na de verhuizing, waren ze elke maand in de straat waar ik ging wonen en iedereen reed 50. Nu is er af en toe een watje dat nog 60 rijdt. De rest zet de voet op het gaspedaal.
Niet controleren op wildkamperen en ermee gepaard gaande vernielingen.
Bij de vijver vlakbij wordt zes maanden per jaar gekampeerd. ’s Nachts gaan de jongeren op strooptocht door de tuinen in de omgeving. De politie ziet er geen prioriteit in en dat wil zeggen: doet niets.
Ik herhaal: wat doen agenten eigenlijk wel?
Ik denk balen van het feit dat ze zo beroerd verdienen. Ik heb de bruto bedragen gezien. Voor dat soort fooien hield ik het ook op koffie drinken.
Het is van tweeën een: of we betalen de agenten, of we zeggen dat we ze niet meer nodig hebben omdat we de koffie zelf willen.
Ik kies voor betalen.
Maar daarna wel aan het werk, jongens en meisjes. (december 2009)
Albert Heijn
Het was weer zover. Ik liep naar de plaats waar de vla behoorde te staan en greep ... mis. Er was iets veranderd. Dat doen supermarkten en dan zeggen ze dat de klanten dat willen. Omdat klanten graag lopen te zoeken, nauurlijk.
Het is waarschijnlijk bedoeld om ons rond te laten kijken in de hoop dat we dan iets zien (en pakken) waar we nooit eerder op hebben gelet.
Maar het enige wat ik wil is opschieten.
Dat kan alleen als geen nodeloze veranderingen worden uitgevoerd.
Dat wordt dus winkelen in de C1000 tot ook daar een halve zool de producten gaat verstoppen. (december 2009)
Taxi 1
Ze was bij kennissen geweest en het was laat geworden. Een vrouw alleen, dwars door Enschede, ze durfde het niet aan op de fiets en daarom belde ze een taxi.
De chauffeur zette de meter af toen hij haar straat indraaide. De teller stond toen op 8 euro.
Een paar honderd meter verder stapte ze uit.
‘Dat wordt dan 16 euro,’ zei de chauffeur.
Ze protesteerde, maar de chauffeur zei dat hij met protesten niets te maken had.
Ze was bang en alleen, het was laat en donker, de chauffeur was groot en onbeschoft, dus ze betaalde.
Ze gaf geen fooi. Daar was de chauffeur zo kwaad om dat hij met piepende banden wegreed. (december 2009)
Taxi 2
Ze waren naar Enschede geweest en hadden gedronken. Niemand had de Bob willen zijn dus dat werd een taxi naar huis, Losser.
De chauffeur kwam uit het buitenland en hij had zijn radio op een buitenlandse zender. Harde, in de oren van de gasten, hopeloze muziek daverde door de auto.
Of het iets zachter kon, vroegen ze.
Dat kon niet.
De chauffeur reed hard. De vrouw die zicht had op de snelheidsmeter zei dat hij 170 reed op de Oldenzaalsestraat en 120 op een rotonde in Losser.
Toen ze waren uitgestapt stonden ze te trillen op de benen.
Rijden met een borrel op was een stuk veiliger, daar waren ze het roerend over eens. (december 2009)
Fietsbel
Hebt u enig idee waarom er een bel op de fiets moet?
Om te waarschuwen dat je er langs wilt?
Maak het een beetje.
Ik fiets vaak, ik fiets redelijk snel, ik wil nog wel eens iemand passeren.
Niet één keer reageerde iemand de afgelopen weken op mijn bellen, jong niet, oud evenmin.
Roepen helpt ook niet.
Twee keer heb ik het geprobeerd met vloeken.
Dat hielp wel, maar beide keren waren de fietsers die ik voorbij wilde heel verontwaardigd. (november 2009)
Luchthaven (2)
Dit keer was het een brief van Natuurmonumenten.
Of ik een actie tegen de luchthaven Twente wilde steunen.
Ik heb bewondering voor mensen die dat soort acties beginnen, en diep medelijden.
Zoveel energie voor helemaal niets, je moet het op kunnen brengen.
Natuurlijk komt die luchthaven er, maakt niet uit hoeveel ongunstige rapporten ervoor onder het vloerkleed moeten worden geveegd.
De luchthaven komt er omdat een paar bestuurders willen dat-ie er komt; het waarom doet nauwelijks meer terzake. Met ‘om toch’ zijn de argumenten wel samengevat.
Ik heb getekend. Ik doe ook graag dingen tegen beter weten in. (november 2009)
Weg
Een jaar of vijf, zes geleden, ik woonde nog niet lang aan de oostkant van Enschede, vertelde een ambtenaar (‘Mondje dicht, je hebt het niet van mij’) me wat de plannen waren met de wegen in mijn buurt. Hij had het over de aanleg van een nieuwe weg. Die weg was niet nodig, omdat goedkoper, sneller en effectiever een bestaande weg verbreed kon worden, maar gemeenteplannen en logica staan soms op gespannen voet.
Deze week was er een voorlichtingsavond over de wegen in oostelijk Enschede. Er was een studie geweest naar wegen. En wat bleek: niets veranderd ten opzichte van een half decennium geleden: verbreding van een bestaande weg was nog steeds een optie, maar verkeersdeskundigen gaven de voorkeur aan de nieuwe weg. Dat die weg flink wat gezinnen overlast zal bezorgen was geen punt, verkeersdeskundigen bemoeien zich met verkeer, niet met overlast.
Over een poosje gaat de stadsdeelcommissie Oost over de plannen praten en daarna de raad.
Raad eens hoe uiteindelijk de beslissing gaat luiden? (november 2009)
Deskundigen
Lees het stukje dat ik ‘Weg’ heb genoemd en vraag u af wat een verkeersdeskundige is.
Hij is in elk geval iemand die het ‘anders’ wil. Als hij vindt wat inwoners van een wijk vinden omdat het logisch, goedkoper en handiger is dan had hij geen deskundige hoeven worden. Dan had het gemeentebestuur gewoon iemand uit de wijk kunnen vragen.
‘Zeg, hé, het wordt een beetje druk hier, wat denk jij dat we het beste kunnen doen?’
‘Verbreed die weg een stukje. Ben je klaar voor je het weet.’
Dat is niets voor een deskundige. Een deskundige gaat voor moeilijk. Die wil een geheel nieuwe weg; overbodigheid geen bezwaar.
Een verkeersdeskundige is iemand die het gezond verstand tart en iets wil wat niet nodig is, maar wat gelukkig wel veel kost. (november 2009)
Typisch
‘Ik ben van de typische bladen,’ zei een opgewekte meisjesstem door de telefoon.
Ik viel helemaal stil.
Het moest een grap zijn, of iets lulligs van een radiomaker die ook niet wist hoe hij de tijd om moest krijgen.
Als je niet weet wat je moet doen, doe dan niets.
Ik deed niets.
‘Bent u er nog?’
Ik zei dat ik er was.
‘Krijgt u Typisch Enschede regelmatig?’
O, dat. ‘Ja hoor,’ zei ik, ‘elke week.’
Het was het goede antwoord en het meisje legde op.
Ze hoefde niets meer te weten, zeker niet wat ik van het blad vond. (november 2009)
Ledje
Dankzij de Postcodeloterij heb ik nu een led-lamp. Dat is goed voor het milieu, dus ik ben weer heel fijn bezig. In een begeleidend boekje staan opwekkende woorden van Bill Clinton, Beau van Erven Dorens en Caroline Tensen en als er in de wereld één trio is dat ik vertrouw dan wordt het gevormd door Bill, Beau en Caroline.
Ik las de tekst en dacht: ik ben nog veel beter bezig dan ik dacht.
Maar hoe zit het eigenlijk met de verpakking van de lamp?
Eerst een kartonnen doos. Daarin zat een vreemd gevouwen kartonnen doos waarin zich een kartonnen en metalen koker bevond. Het was heel wat verpakking voor een lamp, maar Bill, Beau en Caroline kunnen vast uitleggen dat karton, metaal en milieu eigenlijk de beste vrienden van elkaar zijn. (november 2009)
Diefstal
Zoekt u eens een ander woord voor stelen? Een beetje sjiek woord graag. Geen idee?
Valuteren.
Banken deden dat jarenlang en het mocht. Ze zeiden tegen u (ik geef een voorbeeld) dat ze uw geld op 29 oktober hadden overgemaakt, maar ze deden het pas op 1 of 2 november. Weer een paar dagen rente verdiend door tegen een klant te liegen.
Als u steelt krijgt u de politie aan huis (misschien, ooit).
Als een bank steelt mag het van de Nederlandse overheid.
Omdat we een EU hebben die Europese Richtlijnen maakt hoort het afgelopen te zijn met valuteren.
Gebeurt het toch dan kunt u de politie bellen.
Ik ben erg benieuwd wat die gaat doen. (november 2009)
Stenen
De markt in Enschede die voor het gemak Van Heekplein heet is een jaar of vier geleden herstraat, noem het maar: hersteend. Dat gebeurde met hompen rots uit China, want wat van ver komt is goed, en heus niet duur, o het valt zo mee wat die Chinezen rekenen en niet zeuren over het gewicht, een containerschip met duizenden stenen zinkt heus niet.
De stenen waren eigenlijk een soort grote tegels, plat van boven, maar beslist niet plat van onder. Ze zagen eruit als stukken rots die met één kant door een geweldige vlakband waren gehaald. Geen stratenmaker wist wat-ie met de krengen aan moest en het gevolg was een plein met een schots en scheef plaveisel. Dat moest, een paar jaar geleden, beter. Niet met Nederlandse, maar met Duitse stratenmakers, want die hadden ervaring met rotstegels. Ze legden ze in een bed van een speciaal zwart grint, waar ze lekker in weg zouden kunnen zakken. Een mooi groot plein van Chinese stenen die het allemaal geweldig naar hun zin hadden.
Helaas begonnen Nederlanders over de stenen te rijden. Met auto’s nog wel. Daar gingen de tegels, met bedje en al naar beneden en voor een deel weer schots en opnieuw scheef.
Nu gaan ze er straks voor de tweede keer uit en worden ze voor de derde keer gelegd, dit keer in beton. Over een maand beginnen de werkzaamheden. Als de vorst komt. Die beton doet knappen en gruizelen.
Hoeveel het allemaal heeft gekost en gaat kosten heb ik niet opgeteld, want u gelooft het toch niet, maar het gat in de Enschedese begroting had er voor een flink deel mee kunnen worden gedicht.
Ik doe nu een voorspelling. Over een paar jaar worden de Chinese stenen losgebikt omdat de ondergrond te veel breuken en scheuren vertoont. Wat nog bruikbaar is wordt hergebruikt, de rest wordt bijgekocht in China waar ze een partijtje van die rotstegels hebben liggen die ze tegen woekerprijzen verkopen. De herstrating zal plaatshebben in de zomer. Door Polen, omdat de Nederlandse en de Duitse bouwvakkers dan op vakantie zijn. (oktober 2009)
TomTom
Ik heb een TomTom.
Dat moest.
Van wie? Van iedereen.
Een TomTom hoorde je te hebben, zonder TomTom was het leven als automobilist ondraaglijk.
Dus heb ik een TomTom.
En daarmee het meest gebruiksonvriendelijke apparaat dat ik kan bedenken.
Je zet het ding aan, en er gebeurt niets. Omdat het op satellieten wacht die blijkbaar net niet in de buurt zijn als je je TomTom hebt aangezet.
Tegen de tijd dat je denkt: ik had al thuis kunnen zijn, komen de satellieten. Dan moet je het apparaat duidelijk maken waar je naartoe wilt.
Van Enschede naar Amsterdam gaat dat uitstekend.
Maar probeer eens Enschede - Périgueux over de snelweg, via Eindhoven, Brussel en A86 bij Parijs.
Haha.
Probeer maar, en kijk daarna wat er gebeurt bij en na Brive, test uw geduld.
TomTom, het enig positieve dat ik ervan weet te zeggen is dat het bedrijf een verdomd goede verkoopcampagne heeft opgezet.
We zijn er allemaal ingestonken. (oktober 2009)
Discriminatie
De commissie gelijke behandeling heeft nagedacht en geoordeeld: seniorendagen vallen onder de leeftijdsdiscriminatie.
Het wachten is nu op het afwijzen van de aow door de commissie: 65 worden en niet meer mogen werken is natuurlijk ook leeftijdsdiscriminatie.
Zou de commissie al hebben nagedacht over het jeugdloon? Pure leeftijdsdiscriminatie.
Niet in een auto mogen rijden voor je 18 bent?
Geen alcohol in de supermarkt mogen kopen als je dorst hebt op je tiende?
Leeftijdsdiscriminatie.
De leden van de Commissie Gelijke Behandeling zijn kortzichtig, of een beetje gek.
Ik gok op gek. (oktober 2009)
Dure kantine
In Enschede zijn leerlingen van het Stedelijk Lyceum overstuur geraakt.
Ze mogen niet meer naar de Nettomarkt, want ze maakten er een rotzooitje en de leiding van de supermarkt kreeg daar genoeg van.
Nu zijn ze veroordeeld tot de kantine van de school en die vinden ze te duur.
‘Een broodje voor 2,15 euro? Doe normaal.’
Daar ging hun zakgeld.
Vroeger kreeg je brood mee, in een zakje of een doosje met elastiekje.
Daar had geen leerling het over.
Wat ze ook leren op het Stedelijk Lyceum, een beetje nadenken is er niet bij. (oktober 2009)
Ziggo
Terug na drie weken vakantie keek ik naar de telefoonbeantwoorder. Geen knipperend lampje. Niet één bericht. Niks.
Ik had het gevoel dat ik uit de gratie was geraakt. Net een nieuwe roman uit, en niemand die er iets over te vertellen had. Vreemd.
Bij het doorploegen van de e-mail kwam ik halfverontwaardigde berichten tegen: wat er aan de hand was, waarom ik telefonisch onbereikbaar was, of ik een marathongesprek van weken aan het voeren was.
Ik kon niet bellen en niet worden gebeld.
Na een vakantie bezie ik het leven graag met enig optimisme. Het zou allemaal wel goed komen, een keer, ooit.
Kwam het ook.
Tussen de post zat een brief van Ziggo. Weet u wat dat is, Ziggo? Als u ‘ja’ zegt heb ik medelijden met u. Had het maar niet geweten, dat leeft rustiger.
Ziggo is iets dat houdt van verbeteringen. Geen idee voor wie die verbeteringen zijn, maar ze verrichten werkzaamheden ter verbetering van iets en het resultaat is dat je onbereikbaar bent geworden.
In de brief stond wat ik moest doen om de telefoon weer te kunnen gebruiken. Ik moest aan de slag omdat Ziggo iets had verbeterd.
Wat Ziggo schreef klopte wel, maar even zo vrolijk ben ik nu al dagen bezig om er achter te komen wie me had willen bereiken en waarvoor.
Vroeger hadden we de brief. En de PTT. De combinatie was perfect, maar is verdwenen.
Hoe hebben we dat kunnen laten gebeuren. (oktober 2009)
Ringetje
Eerst wat we allemaal weten.
1. Een man met een ring door zijn oor ziet er uit als een halve zool.
2. Een man die indruk wil maken door veel basgeluiden door het open raam van zijn auto te sturen is een halve zool.
Nu het probleem.
Vrijwel iedere automobilist die indruk wil maken door basgeluiden door een open raam van zijn voertuig te sturen is aangeringd.
Is hij nu een halve zool plus een halve zool is een hele zool, of is hij een halve zool maal een halve zool is een kwart zool? (september 2009)
Huurfietsen
Of ik zin had in een stukje fietsen.
Binnen in me zei een harde stem: Nee.
Vreemd genoeg hoorde ik hetzelfde als mijn vrienden: Ja.
De enige fietsenmaker in het dorp had de zaak gesloten. Acht kilometer verder was er een die verhuurde. De eerste fiets kreeg na een paar kilometer een lekke band.
‘Haha,’ zeiden mijn vrienden, ‘jij ook altijd.’
Van de tweede fiets zakte het zadel. Toen ik het vastzette brak er iets waardoor ik veel vrolijkheid bij mijn vrienden losmaakte. Op de derde fiets maakte ik een tocht van 53 kilometer.
Toen een vriend de fiets terugreed naar de verhuurder brak een trapper af.
Ik zag het als een vorm van gerechtigheid en werd heel vrolijk. (september 2009)
Fles cola
De jongen op de bank in de binnenstad wist het precies. ‘Als ik volgende keer een dag uitga dan neem ik een fles cola mee. Voor een glas betaal je 3 euro. Dat doe ik niet meer. Ik stop de fles achter in de broek zodat niemand het ziet, dat doen al mijn vrienden.’
De jongen kreeg gelijk van zijn buurman en ik dacht: vroeger kregen we een pakje mee met brood en dat gooiden we weg omdat we ons ervoor geneerden. Tegenwoordig doen jongeren wat wij niet wilden of durfden. Op kleine punten maakt de wereld toch vorderingen. (september 2009)
BTBVV
Wat ik mis in dit land vol bonden, verenigingen en belangenorganisaties is de BTBVV, de Bond Ter Bescherming Van Voorruitinsecten. Het idee moet aan de leden van de Partij van de Dieren (of is het Partij voor de Dieren?; door die afkortingen heb je geen idee van de naam) zijn ontsnapt. Duizenden, miljoenen insecten laten het leven omdat wij zo nodig in onze auto door landen willen raggen. Allemaal te pletter tegen de voorruit. Zielig.
De BTBVV moet er komen, en als-ie er is richt ik de BTIOA op, de Bond Tegen Insecten Op Autowegen, ik hou van discussie. Ongelooflijk hoeveel dieren zo stom zijn dat ze niet door kunnen krijgen dat je op een autoweg een stukje hoger moet vliegen. Op de reis van de Middellandse Zee naar huis zag ik er honderden uiteenspatten, sommige rood, zoals je zou verwachten, andere groen, of heldergeel. Ze zijn een gevaar op de weg, die insecten. Pats, weer eentje, precies voor je ogen, een grote ook nog, de helft van je blikveld is met één tik verdwenen.
En thuis maar krabben om de lijken weg te krijgen. Hele ladingen oplosmiddel heb je er voor nodig. Dat spul is slecht voor het milieu. Daar dient op gewezen te worden door de BTGVOTVVDV, de Bond Tegen Gebruik Van Oplosmiddelen Ter Verwijdering Van Dode Voorruitinsecten. (september 2009)
Brug
In de straat waar ik woon is een oude, niet heel goede brug. Er mogen geen vrachtauto’s over. In de straat staat dat aangegeven op borden over een afstand van meer dan een kilometer. Maar de TomTom heeft met die borden niets te maken en verwijst naar de brug. Dus rijden de vrachtauto’s door tot de brug. Daar staan ze stil. Linksaf is moeilijk, rechtsaf is moeilijker. De chauffeur weegt zijn kansen. Rechtdoor maar, over de brug, politie zie je toch zelden. En als je ze ziet gebeurt er niets. Ik zag het met eigen ogen: vrachtauto over brug, agenten staan stil tot de weg vrij is, rijden door, niks aan de hand. (september 2009)
Poster
Ik hang op een poster, bijna levensgroot.
Nou ja, niet ik, het gaat om mijn boek. Maar mijn naam staat erboven, ook bijna levensgroot; het woord levensgroot gebruik ik hier vaker dan nodig omdat het soms leuk is woorden te herhalen.
Een van de posters hangt bij de ingang van de krant waar ik meer dan dertig jaar heb gewerkt.
Een andere hangt dicht bij mijn huis.
Ik heb ze niet opgehangen, dat hebben mensen gedaan die ik niet ken. Ik wist zelfs niet dat de posters ook in Enschede zouden hangen. ‘Ze komen in de grote gemeenten,’ zei De Bezige Bij.
Blijkbaar is Enschede eventjes een grote gemeente.
En zijn de posters het bewijs dat ik eigenwijs ben.
‘Peter de Zwaan laat posters over zijn boek Een zaak van vrouwen bij de krant hangen om te laten zien hoe goed hij wel is,’ hoorde ik. ‘En bij zijn huis om op te scheppen.’
Van jaloezie valt soms erg te genieten. (september 2009)
Luchthaven
De Betuwelijn had er niet moeten komen, maar kwam er wel.
De hogesnelheidslijn had niet moeten komen, maar kwam er wel.
Luchthaven Twente moet niet komen, maar komt er wel.
Wethouders (en raadsleden) die grote plannen hebben laten die niet schieten omdat ze slecht zijn. Als ze oud zijn willen ze kunnen zeggen: ‘Die luchthaven heeft opa er doorgedrukt.’
Voor politici geldt: beter een slechte erfenis dan geen erfenis.
Laat daarom uw protesten varen, ze zijn zinloos. De Luchthaven gaat er komen.
Besteed uw ernergie om te verhuizen naar de rustige kant van de stad.
De wethouders zullen u vergezellen. (september 2009)
Vijver
Bij de vijver tegenover mijn huis mag niet worden gekampeerd. Dus gaan kampeerders er nachtvissen. Dat mag. Ook als ze geen hengel bij zich hebben.
De politie reageert op overlast met ‘het is geen prioriteit’ en komt niet, of pas de volgende dag, als de kampeerders kunnen wijzen naar een kennis met een hengel: ‘Ik vis met hem.’
De milieupolitie ‘bekijkt de situatie met zorg’. Al maanden.
De wethouder reageert niet.
De situatie verslechtert met de week.
De vijver is het feestgebied geworden van jongeren van tien tot zestien jaar.
Je trapt niet alleen meer in hondendrollen, en wie schrikt nog van een condoom? (september 2009)
Ambtenaars
Jarenlang heb ik gedacht dat ambtenaren structureel liegen (ik woon in Enschede), maar nu geloof ik dat ik het verkeerd zie.
Ambtenaren liegen niet, ze spreken een andere taal.
Ze spreken geen Nederlands, maar Ambtenaars.
In het Ambtenaars is een halve meter wat in het Nederlands bijna 2 meter is, is viesgeel groen, is over een uurtje terugbellen bellen na een dag of twee, drie.
Als je dat weet is praten met een ambtenaar minder erg, en bovendien zijn ze na vijf uur in de middag vaak erg aardig. (augustus 2009)
Maïs lenen
Naast de vijver tegenover het huis is een maïsveld. Het is groot en het is er druk. Elke dag komen er vrouwen met plastic zakken, meestal op de fiets. Ze zetten de fiets tegen de boom en lopen het veld in. Op hun gemak, geen enkele haast, iedereen mag het zien. Je ziet het maïs bewegen, steeds dieper het veld in, want de voorste meters zijn al kaal. Na enkele minuten komen de vrouwen terug, met een uitpuilende zak die bijna niet in de fietstas is te krijgen. Ze kijken om zich heen, stappen op en rijden in alle rust weg. Als je ‘dag mevrouw’ zegt antwoorden ze met een stuurs ‘dag’, maar ze vertonen geen spoor van schaamte.
Ze hebben maïs gehaald, nou en.
Ze hebben niet betaald, maar het is geen jatten, maïs leen je gewoon.
Maïs lenen is vrouwenwerk.
Nooit een man gezien die met een plastic tas het veld in ging. (augustus 2009)
Onderzoekspanel
Of ik wil meedoen aan een onderzoekspanel, vroeg de gemeente Enschede. Want dan hoort de gemeente wat de burgers bezighoudt.
Nooit eerder heb ik op zo’n subtiele manier in een keer alle raadsleden zien afbranden.
Hebben we die lui niet gekozen omdat ze ons behoren te vertegenwoordigen? Omdat ze behoren te weten wat ‘de burgers bezighoudt?’
Ik doe mee aan het panel zogauw alle raadsleden, met koppen rood van schaamte, zijn opgestapt. (augustus 2009)
Enschede zonder stroom
Het aantal acceptgiro’s dat ik krijg omdat Enexis blijft volhouden dat ik eigenlijk Accountinghouse Gem. Ens heet loopt aardig op. Elke keer 18 euro, omdat de gemeente bij de vijver tegenover het huis van de buren een pomp heeft laten plaatsen.
Ik heb Enexis gebeld. Ze zagen hun fout in, maar wilden niets veranderen, omdat ik alle post die ik krijg niet naar ze terugstuur.
Zij sturen mij iets wat ik niet wil hebben en daarna worden ze pissig als ik de rommel weggooi.
Accountinghouse Gem. Ens is de Enexisafkorting voor betaalhoekje gemeente Enschede. Dat betaalhoekje doet ook niets, dus de rekeningen blijven liggen.
U kent elektriciteitsbedrijven: na een tijdje niet betalen word je afgesloten.
Enschede betaalt niet en zit dus over enige tijd zonder stroom, hetgeen betekent dat de inwoners zonder stroom zitten. (augustus 2009)
Maar ik niet. Ik heb een aggregaat.
Loterij
Vraag iemand in uw buurt of hij een willekeurig getal onder de 50 in gedachten neemt. Daarna onder de 25 en vervolgens onder de 10.
Niet één keer goed geraden, hè?
Maar wel meedoen aan de staatsloterij met een kans van 1 op 8 miljoen.
En dan ook nog boos worden als niet 27,5 miljoen wordt uitgekeerd, maar slechts 5,5 miljoen.
U doet niet mee omdat u denkt dat u een kans maakt als het 1 tegen 8 miljoen is.
U doet mee omdat iemand de poet moet winnen en waarom u dan niet; een soort negatieve optie dus, maar wel eentje vol hoop.
U koopt een lot en u gaat zitten hopen.
Nou, wees dan blij dat er op 10 augustus maar 5,5 miljoen uitvloog. Het bedrag voor 10 september komt daardoor opnieuw op 27,5 miljoen. Dat is een heleboel hoop.
Natuurlijk wint u niet, en ik ook niet, dus wat kan het ons eigenlijk schelen wat de winnaar krijgt. Hoe minder hij ontvangt hoe beter, want als op 10 september opnieuw slechts eenvijfde wordt uitgekeerd blijft er voor de tweede keer 22 miljoen over en gaan we weer lekker collectief zitten hopen op rijkdom op 10 oktober. (augustus 2009)
Pompadres
Enexis meldde dat ze van mijn leverancier een verhuisbericht had ontvangen. Ik heette niet meer Peter de Zwaan, maar Accountinghouse Gem. Ens. Achter het adres stond het woord Pomp.
Ik gokte dat Gem gemeente zou moeten zijn en Ens niet de plaats in de Noordoostpolder, maar Enschede. Of ik voor transport Elekt. Netwerk (waarom hebben bedrijven vaak hoofdletterdwang?) 18 euro wilde betalen, als voorschot en per maand.
Een Enexismeneer verzekerde me dat de brief verkeerd in de bus was gestopt, of in de verkeerde bus, ik mocht kiezen. Het Pomp sloeg op een pomp bij de vijver aan de overkant, maar een pomp bij een vijver heeft nu eenmaal geen eigen adres, hahaha.
Toen ik zei dat de brief goed was bezorgd omdat Enexis mijn adres op de voorkant had geprint herhaalde hij zijn mededeling: verkeerd in de bus gestopt.
Alles wat ik hoefde te doen was de brief terugsturen, en, nee, helaas, hij kon zelf de fout niet herstellen, terugsturen was noodzakelijk.
Zo zitten de buren en ik met twee putten tegenover het huis die er vijf blijken te zijn, een smal kastje van hooguit een halve meter hoogte die volgens de meeste mensen twee meter breed en ruim anderhalve meter hoog is en die ik al ‘grafmonument’ heb horen noemen, en een pomp met een eigen adres dat, volgens een niet te achterhalen verhuisbericht, ook dat van mij is.
Maar, zei de Enexismeneer, het goede nieuws was dat ik de 18 euro in de maand niet zou hoeven betalen, als ik de brief maar terugstuurde.
Hij klonk een beetje somber toen hij het zei en ik vraag me nu af: als die 18 euro niet worden gestort, wordt dan de pomp afgesloten of zit ik straks zonder stroom. (augustus 2009)
Niks blues
Donderdag, mooi weer, blues in het centrum van Enschede.
‘Weet jij hoe laat?’
‘Ik kijk wel even.’
Agenda Huis-aan-Huis: niks.
Agenda Tubantia: niks
Reclameborden gemeente: niks.
Gegokt op 8 uur. Raak. een zanger/gitarist uit Texas werd aangekondigd. Hij zong beroerd, maar dat gaf niet, want hij was toch niet te verstaan.
De drummer en de basgitarist maakten zo’n brij van geluid dat het middenrif ervan trilde: als je geen goede muzikant bent, speel dan hard, dan valt het minder op.
Een uur later nog eens geprobeerd. Een van de vier versterkers was al opgeblazen, maar daar had niemand van geleerd.
Tips voor volgende jaar:
-doe een soundcheck
-huur een geluidsman die niet doof is
-huur muzikanten die het verschil weten tussen Amsterdam Arena en Markt Enschede
-huur muzikanten die de achtergrond van de blues kennen; 12 maten, drie akkoorden, hoe moeilijk kan het zijn.
Noem de avond niet Nix Blues, die naam is te makkelijk waar te maken. (augustus 2009)
Verlengde treinen
Boekenmarkt in Deventer. Op de website van de ns: ‘Ns zet verlengde treinen in.’
Op het perron een trein richting Deventer bestaande uit één treinstel, bomvol.
Later op de dag op een vol station in Deventer een mededeling voor de reizigers richting Enschede die wachtten op de intercity: ‘Het laatste treinstel blijft in Deventer achter’.
Maar wedden dat ze bij de spoorwegen boos op je worden als je zegt dat ze een stel vuile leugenaars zijn?
Omdat ik nieuwsgierig was naar het aantal bezoekers dat de regen had getrotseerd keek ik de dag erna in de krant. Duizenden abonnees op de grootste boekenmarkt van Europa, maar in Tubantia geen letter. (augustus 2009)
Auto gestolen
Hij keek uit het raam en zag geen auto. Gestolen.
Een week later keek hij uit het raam. Auto terug.
Tjonge, zeiden ze bij de politie, dat maken we niet vaak mee, en lagen op de voorbank echt twee kaartjes voor de schouwburg?
Ja, zei hij, ik denk dat de dief spijt had.
De politie dacht het ook en iedereen was opgelucht en tevreden.
Hij ging met zijn vrouw naar de schouwburg.
Toen hij thuis kwam waren al zijn waardevolle spullen verdwenen. (juli 2009)
Verboden te winkelen
Twee werkende jongeren voor een supermarkt, op zaterdag. Ze stonden, ze keken, ze baalden.
‘Moet je zien, die lui werken toch zeker niet meer.’
‘Veel te oud. Die hebben de hele week de tijd.’
‘Waarom winkelen ze dan op zaterdag?’
‘Of ’s avonds als de mensen die werken snel boodschappen willen halen?’
‘Waarom is dat niet verboden?’
Een paar minuten later was de actiegroep VOWZZU opgericht: Verbod voor Ouderen om te Winkelen op Zaterdag en na Zeven Uur.
U gaat er meer van horen. (juli 2009)
Verdedigingssysteem
Het ministerie van defensie wil in Enschede geen gebouwen die hoger zijn dan 45 meter om verstoring te voorkomen van het radarluchtverdedigingssysteem.
Verdediging tegen wie.
Als Luxemburg of Denemarken echt boos op ons wordt dan weten ze voor hun raketten toch zeker wel een route die korter is dan via Enschede?
Het systeem moet uitsluitend zijn gericht op het oosten. Maar als Wit Rusland gaga wordt zouden ze dat in Polen en Duitsland dan niet merken? En zou niet iemand ons ministerie bellen: Hé, jongens, kop in, Wit Rusland doet rot?
Er is vast iemand die belt, of mailt, of smst, of twittert.
Het enige waarvoor het systeem zin kan hebben is als verdediging tegen Duitsland: dat overkomt ons niet nog een keer, wij zijn er klaar voor.
Als Enschede hoog bouwt zijn we dus volgens defensie weerloos tegen Duitsland, als Enschede onder de 45 meter blijft zijn we veilig. Duitsland komt dan wel, maar alleen op zaterdag, voor de markt. (augustus 2009)
Stenen bomen 2
Op deze website schreef ik over de wondere manier waarop de gemeente bomen vorm leek te willen geven; zie ‘stenen bomen’.
Ik stuurde het stukje naar de gemeente.
De dag erna werden de stapels stenen weggehaald.
Dat kwam natuurlijk niet door het stukje dat ik stuurde.
Het kwam door veranderd inzicht bij een ambtenaar.
Bij ambtenaren kunnen inzichten niet vaak genoeg worden veranderd. (juli 2009)
Scootmobiel
Enschede is de hoofdstad van de scootmobiel. Een stad moet zich ergens mee op de kaart zetten. Iedere gehandicapte heeft zijn scootmobiel, ook iedere gehandicapte aan wie je de handicap niet af ziet.
De meeste scootmobielbezitters weten wat de kortste weg is tussen twee punten: de rechte lijn. Ze leggen die lijn af met hoge snelheid, het maakt niet uit wie of wat zich tussen de punten bevindt.
Winkelen in Enschede is soort wedstrijd. Wie drie keer winkelt en niet is geramd krijgt een kruisje. Wie veel winkelt, maar nooit aan een kruisje toekomt is snel rijp voor een scootmobiel. (juli 2009)
Hardloopvogel
In de tuin loopt een vogel. Vink, zegt mijn vrouw. Merel, zeg ik. Het zal dus wel een spreeuw zijn. Het beest is een hardloper, doe een stap in zijn richting en hij breekt een nieuw record.
Vliegen doet hij als het echt niet anders kan. Maar zo snel mogelijk is hij terug op aarde.
Met trots meld ik u de eerste vogel met vliegangst. (juli 2009)
Een vrouw als baas
Veertig jaar had hij gewerkt. En zich een positie veroverd waarin hij enige vrijheid had. Een jaar voor zijn pensioen kreeg hij een nieuwe baas, een vrouw. Van haar moest hij terug in het keurslijf, doen wat hij te lang had gedaan en was gaan verfoeien. Hij zit nu zijn tijd uit, nog een jaar, nog elf maanden, nog ...
Een poosje later hetzelfde verhaal van een man die nog twee jaar moest. Ook een vrije positie. Ook een nieuwe baas, een vrouw met ambities. Ook hij moest alle verworvenheden inleveren.
Nog 24 maanden, nog 23, nog 22 ...
Hun tijd zal het wel duren, ze doen geen stapje extra meer.
‘Ligt het aan het feit dat je baas een vrouw is?’, vroeg ik.
‘Ja,’ zeiden ze. ‘Vrouwen hebben geen idee hoe het is als je veertig jaar hebt gewerkt en nog maar even moet en ze willen het niet weten ook.’ (juli 2009)
Attestatie
Wanneer leef je. Als je ergens verschijnt en ze naar je kunnen kijken? Als je met iemand praat?
Zo eenvoudig is het niet.
Ik sprak met iemand die over lijfrentes gaat, maar dat praten vond hij geen bewijs van leven.
Of ik een attestatie de vita kon sturen hetgeen bewijs van leven betekent.
Die hebben ze bij de gemeente, attestaties, voor 10 euro 10 per stuk kun je ze verkrijgen.
Door de attestatie leef ik meer dan door het tikken van dit stukje.
Maar volgende maand dan, vroeg ik de man van de lijfrente, hoe weten jullie dan dat ik nog leef of wil je elke maand een schriftelijk bewijs.
Dat hoefde niet. Eén was genoeg. Als ik daarna dood zou gaan had hij er geen last meer van. (juli 2009)
Stenen bomen
De twee putjes die bij de vijver tegenover mijn huis zouden worden gemaakt bleken putten te zijn van grote omvang. Het smalle kastje met een hoogte van een halve meter, bleek een kast waar je niet overheen kunt kijken. De werkzaamheden van twee weken duren al bijna drie maanden.
Een buurman werd boos en ging mailen en bellen.
Toen kwamen er twee mannen van de gemeente.
‘Er is veel fout gegaan. Sorry. Misschien is de kast te camoufleren met een paar boompjes.’
Een dag voor het begin van de bouwvak werden stapels stenen voor de kast gezet.
De omwonenden weten niet wat te kiezen:
a. de gemeente heeft zich voorgenomen consequent te zijn en te blijven liegen.
b. als de stenen zijn gechambreerd worden er over vier weken bomen van gemetseld. (juli 2009)
Wens van lezers
De krant die ik elke dag in de bus krijg (Tubantia) heeft een eigentijds jasje.
Het was de nadrukkelijke wens van lezers.
De krant lijkt nu nog meer op Spits en Metro.
De volgende, logische, stap is dat Tubantia ook gratis wordt.
Volgens de nadrukkelijke wens van lezers. (juli 2009)
Kleine grabbelaars
Kranten kunnen bestuurders de maat nemen. Soms doen ze dat ook. Zoals in de regionale krant die ik lees. Dan vallen ze uit en zijn ze keihard. Er zijn, in Twente en Salland, bestuurders die hun onkosten declareren, zelfs de fooi die ze geven, en het garderobegeld. Het is een schande. De bestuurders zijn kleine grabbelaars.
Burgemeesters en wethouders zijn er om bespot te worden, wat moet je anders met ze? Luisteren als ze iets vertellen en ja knikken, terwijl je weet dat het toch anders zal gaan?
Maar als je spot of hoont, zoek dan iets spot- en hoonbaars. Doe niet lullig over een paar centen. Als een burgemeester met 100 euro op zak naar zijn werk gaat en hij komt met 44,65 thuis dan declareert hij 55,35 beroepskosten. Zo hoort dat, bij een gemeente en bij een krant. Hoe het gaat bij gemeentes leest u in de krant, hoe het gaat bij kranten leest u nergens.
Ik heb 15.000 declaratieformulieren van journalisten gezien en geloof me: in de journalistiek is 100 min 44,65 meestal heel wat meer dan 55,35. (juli 2009)
Kees
Kees van Anrooij sprak een bericht in op mijn mobiel. Hij denkt dat ik Maarten ben. Hij denkt dat ik iets weet van de internationale registratie Gelderland-Zuid. Hij wil daar een briefje over.
Luie bliksem, Kees. Belt mij. Hoort niet dat ik niet Maarten ben. Wil wel dat ik hem een briefje stuur.
Dat doe ik niet. Ik ken geen Kees van Anrooij. Ik hoop dat hij ruzie krijgt met Maarten die nergens van weet en daarom niet reageert. (juli 2009)
Versnelling lager
Ze is er een van het slag dat altijd ja zegt. Kun je dat nog even doen voor je weggaat? ‘Ja’. Zou je nog even, heel snel ... ‘Ja.’
Ze was iedereen ter wille, maar na verloop van jaren begon het aan haar te vreten.
Nooit op tijd weg van het werk. Nooit op tijd thuis.
Ze kreeg last van haar maag en begon op te zien tegen haar werk.
Toen zei iemand: ‘Weet je wat jij moet doen. Je moet een papiertje in je zak stoppen waarop staat: Versnelling lager. Elke keer als je te snel werkt omdat je iets af wilt hebben of te lang doorgaat omdat een ander je met iets opzadelt klop je op je zak en zeg je: Ho, even een versnelling lager.’
Ze vond het een raar idee.
Maar ze deed het wel en als er te veel druk op haar wordt uitgeoefend klopt ze op de zak waar het papiertje in zit.
Versnelling lager, denkt ze dan.
Ze voelt zich stukken beter. (juli 2009)
Bij de supermarkt
Ik sta bij de supermarkt met te veel boodschappen voor twee fietstassen. Ik ben niet de enige. De man met de blindenstok heeft ook te veel. Het kost hem moeite de boodschappen er in te stouwen. Het kost hem ook moeite het winkelwagentje op zijn plaats te krijgen. Als hij terugloopt tikt hij met zijn stok tegen het trottoir, tik stoeprand, tik verkeerd geplaatste fiets, tiktik kratje. Terug bij zijn fiets pakt hij de stok. Hij is opvouwbaar en in alle rust maakt de man van de stok een stokje. Het stokje gaat in zijn binnenzak. Dan stapt hij op zijn fiets en fietst hij weg. Kaarsrecht.
Ik kijk of ik iemand zie met een verborgen camera. (juli 2009)
Mannen op een bankje op de markt
‘Zie je hem daar. Daar was ik altijd bij. Kan niet meer, hij mag niet meer alleen weg van zijn vrouw. Toevallen.’
‘Net als mijn buurman. Loopt nou achter een rollator. Niet erg hard. Die zien we hier nooit meer.’
‘Mijn broer is gevallen met de brommer. Twee heupen gebroken. Hij is net 52, maar toch: twee heupen tegelijk.’
‘Ik heb niks.’
‘Ik ook niet. Nooit wat. Als ik naar de dokter ga dan zegt-ie dat ik niks heb.’
‘Alleen wat koppijn, af en toe, en de maag. Ze zeggen dat mijn gaalblaas er uit moet, maar ik zeg: Laat maar zitten, zoveel pijn doet-ie niet.’
‘Mijn arm wil niet. De linker, maar wat doe je nou met je linkerarm als je rechts bent.’
‘Zo is dat. Jammer van de gezelligheid, maar ik moet naar huis. Vijf uur thuis, zei mijn vrouw, dus ik ben vijf uur thuis.’
‘Ik moet naar het ziekenhuis. Daar ligt mijn vrouw. Darmkanker. Ook niet leuk.’ (juni 2009)
Contactpersoon
Alle Enschedese ondernemers hebben van de gemeente een contactpersoon toegewezen gekregen.
Het staat in de krant en waarom zou de krant over zoiets liegen.
Ik ben ondernemer. Ik wilde het niet, maar ik werd het omdat de belastingsdienst zei dat ik, schrijver, een ZZP-er was, een Zaak Zonder Personeel-er, en de Kamer van Koophandel eiste dat ik me liet inschrijven. Sinds die tijd ben ik directeur van De Zwaan Boek.
Ondernemer dus. Maar mooi niets gehoord van de gemeente. Geen contactpersoon gezien.
Iets verderop in het krantenstukje staat een uitspraak van wethouder Helder: ‘Een goede dienstverlening staat bij de gemeente hoog in het vaandel.’ (juni 2009)

VOORAF
Het feuilleton 'Clandestiene streken op een cruiseschip' is afgerond en verwijderd. Aan het volgende deel wordt nog niet gewerkt.
Clandestiene streken op een cruiseschip
Aflevering 38: DE OPDRACHT VAN KAPITEIN HOLDERT
‘Helemaal niets,’ zei Arie. ‘Jan zit achter Bruce Jonaths aan die achter Antonio aanzit en Jan ziet Antonio als de Man van Vijf Miljoen. Als Jan in dat soort termen denkt dan is hij vasthoudender dan een nijdige terriër. Vroeg of laat horen we van hem en dan schieten we te hulp.’
Holdert keek op zijn horloge. ‘Over drie uur vertrekken we. Jullie verwachten Jan niet op tijd terug?’
‘Nee,’ zei Arie.
‘Maar jullie blijven aan boord?’
‘Tot nader order van Jan. Hij weet waar we zijn. Morgen zijn we in Huatulco en vandaar kunnen we gaan waar we willen.’
‘Mooi,’ zei Holdert. Hij keek bijna stralend. ‘Heel mooi. Prachtig zelfs.’
Arie kromp in elkaar door de toon en Bob ging een stukje verder achteruit.
‘Waarom, kapitein?’ vroeg Bob voorzichtig.
‘Omdat nu het leuke deel van de bijeenkomst volgt. Leuk voor mij, wel te verstaan. Voor jullie aan boord kwamen kreeg ik een telefoontje van reder Roos, de vader van dat vriendje van je dat zo te zien te veel worst in zijn buik heeft gestopt. Hij zei dat jullie zouden komen en dat als er iets bijzonders gebeurde aan boord jullie dat ongetwijfeld zouden opmerken en zouden melden. Daar was geen gerichte opdracht voor nodig, zei hij. Hij gaf mij er wel een.’ De glimlach werd breder en breder. ‘Weten jullie wat voor dag het vandaag is?’
‘Donderdag?’ zei Arie zwakjes.
‘Formele dag,’ zei Holdert. ‘Formal day en dat betekent dat jullie vanavond in smoking naar de eetzaal moeten. Ik heb ze klaar laten leggen in jullie hutten, compleet met vlinderstrik, vest, buikband en glimmend gepoetste zwarte schoenen.’ Hij straalde nu van oor tot oor. ‘De opdracht van reder Roos was: zorg dat ze zich aan regels houden. Zorg voor discipline. Dat ga ik doen zolang jullie aan boord zijn, zorgen voor discipline. En nu mijn hut uit. Kleed je op tijd aan en wees op tijd in de eetzaal. Jullie zitten bij mij aan tafel. Eén vlek op een schoen en ik laat je de schoenen van de hele bemanning poetsen. Dat zijn er meer dan 1500, geloof ik.’
Hij begon te lachen. Dat deed hij nog steeds toen Bob en Arie al in de gang stonden. Het laatste wat ze van hem hoorden was: ‘Dis-ci-pli-ne.’ Bij elke lettergreep klonk het geluid van iemand die hard tegen een plak hout sloeg.
De verdere avonturen van Jan, Bob en dikke Arie
lezen jullie misschien, ooit, in:
Prijsschieten op
een premiejager